Partijen zijn in 2022 getrouwd en hebben een minderjarige zoon over wie zij gezamenlijk gezag uitoefenen. Na hun echtscheiding, ingeschreven op 25 oktober 2023, stelde de rechtbank Gelderland kinderalimentatie vast op €467 per maand ten laste van de man. De man ging hiertegen in hoger beroep en verzocht om een lagere bijdrage van €25 per maand, omdat hij sinds januari 2023 een fulltime MBO-opleiding volgt en geen draagkracht heeft.
De vrouw voerde verweer en stelde dat de man onvoldoende inspanningen heeft verricht om zijn inkomen op peil te houden en dat de behoefte van het kind €870 per maand bedraagt. Het hof baseerde de draagkracht van de man op een winst uit onderneming van €31.667 in 2022, wat leidt tot een netto besteedbaar inkomen van €2.544 per maand en een draagkracht van circa €424 per maand. De vrouw ontvangt een bijstandsuitkering en wordt daarom een minimale draagkracht van €25 toegerekend.
Het hof hield rekening met een zorgkorting van 15% vanwege de omgangsregeling waarbij het kind anderhalve dag per twee weken bij de man verblijft. Dit resulteerde in een vaststelling dat de man vanaf 11 juli 2023 €338 per maand aan kinderalimentatie betaalt, te verhogen naar €359 per maand per 1 januari 2024. De eerdere beschikking werd vernietigd en beide partijen dragen hun eigen proceskosten.