ECLI:NL:GHARL:2024:2385

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
9 april 2024
Publicatiedatum
9 april 2024
Zaaknummer
200.330.030/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:19 AwbArt. 2 Besluit proceskosten bestuursrechtArt. 11 Besluit tarieven in strafzaken 2003
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen administratieve sanctie wegens rijden in strijd met verplichte rijrichting

De betrokkene stelde hoger beroep in tegen de beslissing van de kantonrechter die zijn beroep tegen een administratieve sanctie wegens het negeren van een verplichte rijrichting niet-ontvankelijk verklaarde wegens het niet tijdig stellen van zekerheid. Het hof stelde vast dat de zekerheid wel tijdig was gesteld, waardoor de niet-ontvankelijkverklaring onterecht was.

De sanctie van €100,- werd door de advocaat-generaal met 25% gematigd wegens schending van de hoorplicht, waardoor het bedrag op €75,- kwam. De betrokkene voerde aan dat hij de verplichte rijrichting had gevolgd en dat er geen foto van de overtreding in het dossier zat. De ambtenaar verklaarde echter dat de betrokkene het bord D5 had genegeerd en een verboden rijrichting had gevolgd.

Het hof oordeelde dat een verklaring van een ambtenaar voldoende bewijs kan vormen en dat de enkele ontkenning van de betrokkene onvoldoende is om aan die verklaring te twijfelen. Daarom werd het beroep tegen de sanctiebeslissing ongegrond verklaard. Wel werd de proceskostenvergoeding van €58,80 toegekend voor de reiskosten van de betrokkene voor de zitting in hoger beroep.

Uitkomst: Het beroep tegen de sanctiebeslissing wordt ongegrond verklaard, met matiging van het sanctiebedrag en toekenning van proceskostenvergoeding.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.330.030/01
CJIB-nummer
: 247628057
Uitspraak d.d.
: 9 april 2024
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 23 juni 2023, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
Er is daarnaast gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De zaak is behandeld op de zitting van 26 maart 2024. De betrokkene is verschenen.
De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door [naam1] .

De beoordeling

1. De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard, omdat niet (tijdig) zekerheid is gesteld.
2. Ter zitting van het hof is gebleken dat wel tijdig zekerheid is gesteld door de betrokkene. Het beroep is ten onrechte door de kantonrechter niet-ontvankelijk verklaard.
3. Het voorgaande leidt ertoe dat de beslissing van de kantonrechter niet in stand kan blijven. Nu de betrokkene de behandeling van het beroep door het hof zelf verlangt en zekerheid is gesteld, zal het hof de zaak niet terugwijzen maar het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie behandelen.
4. De officier van justitie heeft het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond verklaard. Bij die beschikking is aan de betrokkene als kentekenhouder een administratieve sanctie van € 100,- opgelegd ter zake van “Rijden in strijd met gebod tot volgen van aangegeven rijrichting”, welke gedraging zou zijn verricht op 6 februari 2022 om 17:16 uur op de Stationsweg te Leiden met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
5. De advocaat-generaal heeft ter zitting gewag gemaakt van zijn beslissing strekkende tot matiging van het bedrag van de sanctie wegens schending van de hoorplicht met 25%. Aldus bedraagt de sanctie € 75,-. Deze beslissing ex artikel 6:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht strekt tot vervanging van de beslissing van de officier van justitie op het administratief beroep.
6. De betrokkene voert aan de situatie ter plaatse goed te kennen. Het is dan ook onvoorstelbaar dat hij een verkeerde rijrichting zou hebben gevolgd. Hiervan bevindt zich ook geen foto in het dossier. De betrokkene is vanaf de Stationsweg rechtsaf de Rijnsburgersingel opgereden. Dit betreft de verplichte rijrichting zodat de gedraging niet is verricht.
7. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“pijl op het bord D5 wees naar rechts”
8. Het dossier bevat verder een aanvullend proces-verbaal waarin door de ambtenaar onder meer is verklaard:
“Op zondag 6 februari 2022 omstreeks 17:16 uur surveilleerde ik in uniform gekleed en met handhaving belast op de voor het openbaar verkeer openstaande weg de Stationsweg te Leiden. Daar zag ik toen een motorvoertuig, een Fiat 500, blauw van kleur en voorzien van het kenteken [kenteken] , vanaf de Steenstraat rechtdoor de Stationsweg oprijden. Het voertuig heeft het bord D5 genegeerd maar ook tevens het bord C1. Heb alleen voor het D5 bord geschreven (verplichte rijrichting) omdat dat het eerste bord was dat genegeerd werd. Het voertuig draaide om de vluchtheuvel heen en ging vervolgens rechtsaf de Morssingel op.”
9. Ter zitting hebben de advocaat-generaal en de betrokkene afdrukken en een plattegrond getoond van de situatie ter plaatse.
10. Voor de vaststelling van een gedraging als de onderhavige is geen foto vereist. Een verklaring van een ambtenaar kan voor de vaststelling voldoende zijn. Of van de verklaring van de ambtenaar kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van die verklaring. De betrokkene voert slechts aan dat hij wel de verplichte rijrichting heeft gevolgd. Het hof ziet in deze enkele ontkenning van de gedraging geen reden om te twijfelen aan de verklaring van de ambtenaar. De gedraging kan dan ook worden vastgesteld. Het beroep tegen de (gewijzigde) beslissing van de officier van justitie wordt ongegrond verklaard.
11. De betrokkene is met de wijziging van het sanctiebedrag door de advocaat-generaal in het gelijk gesteld. Het hof acht termen aanwezig om een proceskostenvergoeding toe te kennen voor de reiskosten die de betrokkene heeft gemaakt voor het bijwonen van de zitting in hoger beroep. Ingevolge artikel 2, eerste lid, onder d, van het Besluit proceskosten bestuursrecht worden reiskosten vergoed overeenkomstig artikel 11, eerste lid, onderdeel d, van het Besluit tarieven in strafzaken 2003. Ingevolge die bepaling wordt een tarief vergoed waarvan de hoogte gelijk is aan de reiskosten per openbaar middel van vervoer, laagste klasse. Dit komt neer op een bedrag van € 58,80 ( [woonplaats] - Leeuwarden v.v.).

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep tegen de (gewijzigde) beslissing van de officier van justitie ongegrond;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 58,80.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Eskandari als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.