Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De vader en moeder zijn gezamenlijk gezaghebbende ouders van twee minderjarige kinderen die sinds november 2022 onder toezicht staan van een gecertificeerde instelling en sinds mei 2023 uit huis zijn geplaatst in een pleeggezin. De rechtbank had een zorgregeling vastgesteld waarbij contact van de vader met de kinderen minimaal eens per twee weken twee uur begeleid plaatsvindt, onder regie van de gecertificeerde instelling.
De vader stelde in hoger beroep een zelfstandig verzoek tot vaststelling van een uitgebreidere zorgregeling, met wekelijkse drie uur begeleide omgang. De gecertificeerde instelling verzocht afwijzing van dit verzoek en handhaving van de rechtbankbeschikking. De moeder steunde het verzoek van de vader.
Het hof oordeelde dat de vader in eerste aanleg geen zelfstandig verzoek tot zorgregeling had ingediend en op grond van artikel 362 Rv Pro niet voor het eerst in hoger beroep een dergelijk verzoek kan doen. Daarom verklaarde het hof de vader niet-ontvankelijk in zijn verzoek en behandelde het hof de inhoudelijke vraag niet. Het hoger beroep van de moeder wordt in een afzonderlijke beschikking behandeld.
Uitkomst: De vader is niet-ontvankelijk verklaard in zijn zelfstandig verzoek tot vaststelling van een zorgregeling in hoger beroep.