Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verweerder in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De man en vrouw zijn in 2018 getrouwd zonder huwelijkse voorwaarden en in 2023 gescheiden. Zij hebben twee minderjarige kinderen en gezamenlijk gezag. De rechtbank stelde een zorgregeling en een verdeling van de beperkte gemeenschap van goederen vast.
De vrouw stelde hoger beroep in tegen de zorgregeling en de verdeling van de beperkte gemeenschap. Zij wilde een andere zorgregeling waarbij de kinderen vaker bij haar zouden verblijven en stelde bezwaren tegen de verdeling van de woning en vermogensrechten. De man verzocht het hof het hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren of af te wijzen.
Het hof oordeelde dat de huidige zorgregeling in het belang van de kinderen is en dat het behouden van rust en stabiliteit zwaarder weegt dan de wens van de vrouw tot wijziging. De vrouw en man moeten hun samenwerking verbeteren via een ouderschapstraject. Ten aanzien van de verdeling van de beperkte gemeenschap wees het hof het beroep af omdat partijen een notariële akte van verdeling hadden ondertekend waarin de overbedelingssom definitief was vastgesteld.
Het hof bekrachtigde de beschikking van de rechtbank en bepaalde dat iedere partij de eigen kosten draagt vanwege de aard van de zaak en de familierelaties.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank en wijst het hoger beroep af; de zorgregeling en verdeling van de beperkte gemeenschap blijven ongewijzigd.