ECLI:NL:GHARL:2024:252

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
11 januari 2024
Publicatiedatum
11 januari 2024
Zaaknummer
Wahv 200.327.596/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • De Witt
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging boete voor 39 km/u te hard rijden op autosnelweg ondanks betwisting bordencontrole

De betrokkene kreeg een boete van €435 voor het rijden met 39 km per uur te hard op de A12 buiten de bebouwde kom. De betrokkene stelde in hoger beroep dat de ambtenaar niet fysiek aanwezig was bij de verkeersborden en dat de minimale afstand tussen het bord A1 en de meetplaats niet was nageleefd, mede omdat geen schouwrapport was overgelegd.

Het hof oordeelde dat de meting met een boordsnelheidsmeter door een ambtenaar ter plaatse was verricht, waardoor mag worden aangenomen dat de relevante bebording aanwezig en zichtbaar was. De enkele stelling van de betrokkene was onvoldoende om dit te betwisten. Ook is geen wettelijke verplichting dat de afstand tussen bord en meetplaats in het dossier moet blijken.

De overige gronden van de betrokkene werden niet als ontvankelijk beschouwd omdat deze onvoldoende waren onderbouwd. Het hof bevestigde daarom de beslissing van de kantonrechter en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de boete van €435 voor 39 km/u te hard rijden en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.327.596/01
CJIB-nummer
: 246421147
Uitspraak d.d.
: 11 januari 2024
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 14 maart 2023, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is F.R. Eggink, kantoorhoudende te Almelo.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 435,- voor: “39 km per uur harder rijden dan mag op een autosnelweg buiten de bebouwde kom (verkeersbord A1)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 18 december 2021 om 22:03 uur op de A12 in Zoetermeer met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat het oordeel van de kantonrechter dat de ambtenaar fysiek aanwezig was en dat daardoor de borden zijn gecontroleerd onjuist is. Het voertuig van de betrokkene viel de ambtenaar op toen de ambtenaar en de betrokkene al in hetzelfde snelheidsgebied reden. De borden zijn dus niet gecontroleerd door de ambtenaar. Dat de ambtenaar op dezelfde locatie als de betrokkene een bord A1 100 is gepasseerd, is niet aannemelijk geworden. Omdat er geen schouwrapport is overgelegd, kan de inleidende beschikking niet in stand blijven. De overige gronden zijn door de kantonrechter terzijde geschoven. Die gronden ziet de gemachtigde als ingelast. Ook voert de gemachtigde aan dat niet is gebleken dat de in de Instructie snelheidsoverschrijdingen en snelheidsbegrenzers voorgeschreven minimale afstand tussen verkeersbord A1 en de start van de meting in acht is genomen. Uit het dossier blijkt namelijk niet waar de borden A1 hebben gestaan. Ook daarom kan de inleidende beschikking niet in stand blijven.
3. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“De werkelijke snelheid stelde ik vast met behulp van de gekalibreerde boordsnelheidsmeter van het dienstvoertuig, door met een constante snelheid te blijven rijden. Ik zag dat de afstand tussen het dienstvoertuig en het gevolgde voertuig merkbaar groter werd.
Afgelezen snelheid boordsnelheidsmeter: 150.
Snelheid volgens kalibratietabel: 144.
Werkelijke (gecorrigeerde) snelheid: 139.
Toegestane snelheid: 100.
Overschrijding met: 39.
Geschatte snelheid verdachte: 155.
Meetafstand: 600 m.
Ter hoogte van hectometerpaal: 16.5L.
Verklaring betrokkene: Ik ging ervan uit dat het 130 km/h was.”
4. Uit het zaakoverzicht blijkt dat de meting is verricht met behulp van een boordsnelheidsmeter. Dit betekent dat de ambtenaar die de sanctie heeft opgelegd zelf ter plaatse was. In zo’n geval mag in het algemeen worden aangenomen dat de ambtenaar heeft vastgesteld dat de relevante bebording aanwezig en duidelijk zichtbaar is (vgl. het arrest van het hof van 28 februari 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:1803). Het hof ziet geen reden hier in deze situatie niet van uit te gaan. De enkele stelling dat de betrokkene de ambtenaar opviel op het moment dat zij al in hetzelfde snelheidsgebied reden is daarvoor onvoldoende. Vastgesteld kan worden dat de bebording aanwezig was ten tijde van de gedraging.
5. Dat in het dossier niet is vermeld waar het bord A1 stond, brengt niet mee dat de inleidende beschikking niet in stand kan blijven. Geen rechtsregel schrijft voor dat uit het dossier moet blijken wat de afstand tussen het bord en de meetplaats was. Deze grond treft geen doel.
6. De enkele stelling dat de overige gronden door de kantonrechter terzijde zijn geschoven met het verzoek deze gronden als ingelast te beschouwen kan niet als beroepsgrond worden beschouwd. De gemachtigde geeft niet aan welke gronden niet zijn beoordeeld of waarom deze niet juist zijn beoordeeld. Het hof zal hier om die reden dan ook aan voorbij gaan.
7. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Er is geen aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Van der Zee-Venema als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.