ECLI:NL:GHARL:2024:2555
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beslissing kantonrechter inzake proceskostenvergoeding bij verkeersboete
De betrokkene stelde hoger beroep in tegen de beslissing van de kantonrechter inzake een verkeersboete en de daarbij toegekende proceskostenvergoeding. De kantonrechter had het beroep gedeeltelijk gegrond verklaard en de sanctie gematigd tot €180,-, terwijl de proceskostenvergoeding werd vastgesteld op €866,25.
De betrokkene betoogde dat de proceskostenvergoeding onjuist was vastgesteld, omdat de kantonrechter een te lage wegingsfactor had toegepast gezien het feit dat de betrokkene inhoudelijk in het gelijk was gesteld. Het hof onderzocht deze klacht en constateerde dat de kantonrechter de vergoeding inclusief administratief beroep had toegekend, waardoor het bedrag hoger was dan volgens de jurisprudentie van het hof gebruikelijk is.
Het hof stelde vast dat bij overschrijding van de redelijke termijn in eerste aanleg slechts proceskostenvergoeding voor de beroepsfase bij de kantonrechter toekomt. Hierdoor was de toegekende vergoeding hoger dan noodzakelijk. Gezien dit belang bestond er geen grond om de beslissing van de kantonrechter te vernietigen. Het hof bevestigde daarom de beslissing en wees het verzoek om proceskostenvergoeding in hoger beroep af.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de beslissing van de kantonrechter en wijst het verzoek om een hogere proceskostenvergoeding af.