Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.De procedure in eerste aanleg
2.De procedure in hoger beroep
3.De feiten
Dit hof heeft de beschikking van de rechtbank op 8 maart 2022 bekrachtigd.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De man verzocht de rechtbank en het hof om voor recht te verklaren dat zijn onderhoudsverplichting jegens de vrouw op grond van artikel 1:160 BW Pro was geëindigd per 1 oktober 2018, omdat de vrouw zou samenwonen met een derde. In een eerdere procedure was dit verzoek reeds afgewezen en die beslissing is in kracht van gewijsde gegaan.
In de huidige procedure beroept de vrouw zich terecht op het gezag van gewijsde, waardoor dezelfde rechtsbetrekking niet opnieuw kan worden beoordeeld. De beperkende werking van artikel 1:401 BW Pro op het gezag van gewijsde ziet niet op de vraag of partijen samenwonen in de zin van artikel 1:160 BW Pro.
De man bracht nieuwe verklaringen in, maar deze konden niet worden meegenomen vanwege het gezag van gewijsde. Ook zijn beroep op wijziging van de alimentatie op grond van artikel 1:401 BW Pro faalde, omdat het samenwonen niet was komen vast te staan en de man onvoldoende onderbouwde dat er een ingrijpende wijziging van omstandigheden was.
Het hof bekrachtigde de beschikking van de rechtbank en veroordeelde de man in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de man af en bekrachtigt de beschikking van de rechtbank, waarbij de man in de kosten wordt veroordeeld.