Uitspraak
1.Samenvatting van de beslissing
2.De kern van de zaak
- het beroepschrift, binnengekomen op 23 februari 2024, met bijlagen;
- het verweerschrift met bijlage.
- de moeder met haar advocaat;
- een vertegenwoordiger van de GI.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft het hoger beroep tegen de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een tienjarig kind, geboren in 2014, dat sinds 2022 onder toezicht staat van een gecertificeerde instelling (GI). De moeder is het niet eens met de verlenging en verzoekt tevens om het perspectiefbesluit van de GI te laten vervallen verklaren.
Het hof oordeelt dat het perspectiefbesluit niet kan worden vervallen verklaard omdat hiervoor geen wettelijke grondslag bestaat, maar betrekt dit besluit wel voorlopig bij de beoordeling van de rechtmatigheid van de uithuisplaatsing. De rechtbank heeft de machtiging tot uithuisplaatsing terecht verlengd vanwege de kwetsbaarheid van het kind, zijn gedragsproblemen en de onmogelijkheid van de moeder om hem de benodigde structuur en begrenzing te bieden.
Het kind woont sinds 2022 in een gezinshuis waar hij beter gedijt en minder gedragsproblemen vertoont. Het hof vindt het niet in het belang van het kind om hem te horen, gezien zijn leeftijd en gevoeligheid voor spanningen rondom zijn perspectief. Het verzoek van de moeder wordt afgewezen en de beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing en verklaart het verzoek tot vervallenverklaring van het perspectiefbesluit niet-ontvankelijk.