ECLI:NL:GHARL:2024:306

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
15 januari 2024
Publicatiedatum
15 januari 2024
Zaaknummer
Wahv 200.320.902
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5.2.42 RvWet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging boete voor uitzicht belemmerende voorwerpen op voorruit voertuig

De betrokkene kreeg een boete van €150 opgelegd wegens het plaatsen van een smartphone en een navigatiesysteem op de voorruit van zijn voertuig, wat het uitzicht van de bestuurder belemmerde. De overtreding vond plaats op 22 november 2021 op de Coentunnelweg in Oostzaan. De betrokkene stelde dat deze voorwerpen normaal van formaat waren en geen gevaarlijk zicht belemmerden, en dat zij niet onnodig waren.

Het gerechtshof beoordeelde de foto's en het dossier en concludeerde dat de combinatie van het aantal, de omvang en de positie van de voorwerpen op de voorruit inderdaad het uitzicht belemmerde en dat deze als onnodige voorwerpen aangemerkt moesten worden. Het hof bevestigde daarmee de beslissing van de kantonrechter die het beroep van de betrokkene ongegrond verklaarde.

Daarnaast wees het hof het verzoek om een proceskostenvergoeding af, omdat daarvoor geen aanleiding bestond. Het arrest werd gewezen door rechter Wijma en uitgesproken op een openbare zitting.

De zaak betreft een overtreding van artikel 5.2.42 van de Regeling voertuigen, dat het plaatsen van onnodige voorwerpen die het uitzicht belemmeren op voorruit en zijruiten verbiedt. De uitspraak benadrukt het belang van veilig zicht voor de bestuurder en bevestigt de sanctie bij overtreding hiervan.

Uitkomst: De boete van €150 wegens uitzicht belemmerende voorwerpen op de voorruit wordt bevestigd en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.320.902/01
CJIB-nummer
: 245865290
Uitspraak d.d.
: 15 januari 2024
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank NoordHolland van 2 december 2022, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. N.G.A. Voorbach, kantoorhoudende te Zoetermeer.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard en het verzoek om een proceskostenvergoeding afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 150,- voor: “voorruit/zijruiten/windscherm/achterruit geen recht.buit.spiegel voorzien van uitzicht belemmerende onnodige voorwerpen (feitcode N420b)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 22 november 2021 om 12:30 uur op de Coentunnelweg (A8) in Oostzaan met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat het hier blijkens de foto gaat om een aan de voorruit bevestigde smartphone van normaal formaat, alsmede een navigatie van eveneens normaal formaat. Volgens de gemachtigde valt niet in te zien waarom deze voorwerpen het zicht dusdanig belemmeren dat dit leidt tot gevaarlijk weggebruik. Bovendien zijn dit geen ‘onnodige’ voorwerpen. Derhalve kan de gedraging niet worden vastgesteld.
3. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“(…) Ik zag betrokkene rijden met een telefoon en een navigatie tegen de voorruit geplaatst zodanig dat zijn zicht hierdoor gehinderd of belemmerd werd. Overtreden artikel: 5.3.42 Rv.”
4. In het dossier bevinden zich verder nog foto’s van het geconstateerde. Op de foto's is te zien dat in het midden van de voorruit een navigatiesysteem en een telefoon zijn bevestigd. Deze apparaten bevinden zich in houders die op het raam zijn gemonteerd.
5. De verweten gedraging is een overtreding van artikel 5.2.42 van de Regeling voertuigen (hierna: Rv). Dit artikel luidt, voor zover hier van belang, als volgt:
“2. De voorruit en de naast de bestuurderszitplaats aanwezige zijruiten van personenauto’s mogen niet zijn voorzien van onnodige voorwerpen die het uitzicht van de bestuurder belemmeren.”
6. Artikel 5.2.42 Rv is opgenomen in hoofdstuk 5, dat inhoudt de permanente eisen waaraan voertuigen dienen te voldoen. De Nota van toelichting bij dit artikel in voorheen het Voertuigreglement houdt onder meer in:
“Toegevoegd is de eis dat de ruiten niet mogen zijn voorzien van onnodige voorwerpen die het uitzicht van de bestuurder beperken. Te denken valt daarbij aan stickers, lichtdoorlaatbaarheid beperkende folies of voor wat betreft de achterruit, jaloezieën die de achterruit dichtmaken. Een en ander zal in lagere regelgeving nader kunnen worden ingevuld.”
7. De Rv bevat geen concrete uitwerking van hetgeen in art. 5.2.42 van de Rv is verboden.
8. Het hof is van oordeel dat uit de stukken in het dossier, met name de foto’s waarop de voorwerpen op de ruit zichtbaar zijn, voldoende blijkt dat deze voorwerpen, dus een telefoon, een navigatiesysteem en de houders waarin deze zijn geplaatst, gelet op hun aantal, omvang en de positie waar deze op de voorruit zijn geplaatst, in dit geval onnodige voorwerpen zijn die het uitzicht van de bestuurder belemmeren.
9. De aangevoerde grond treft geen doel. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter daarom bevestigen. Aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding is er niet.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Pranger als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.