ECLI:NL:GHARL:2024:3083

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
1 mei 2024
Publicatiedatum
1 mei 2024
Zaaknummer
Wahv 200.334.614/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging beslissing kantonrechter inzake correctie snelheidsovertreding

De betrokkene werd bij inleidende beschikking gesanctioneerd met een boete van €267 wegens het rijden van 26 km per uur te hard op een weg buiten de bebouwde kom. De overtreding vond plaats op 10 december 2021 op de Rijksweg N33 in Anderen. De gemachtigde voerde aan dat de ambtenaar een te hoge correctie op de snelheid had toegepast, waardoor een andere feitcode en hogere boete van toepassing zouden zijn geweest.

Het hof heeft de kalibratietabel van het dienstvoertuig bestudeerd en vastgesteld dat bij een afgelezen snelheid van 137 km/u de juiste correctie 7 km/u bedraagt, wat resulteert in een werkelijke snelheid van 126 km/u. Dit betekent dat de ambtenaar de snelheid correct heeft vastgesteld en de toegepaste sanctie passend is.

De klacht van de gemachtigde dat een correctie van 6 km/u had moeten worden toegepast en dat de feitcode gewijzigd had moeten worden, wordt verworpen. Het hof bevestigt daarom de beslissing van de kantonrechter en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de beslissing van de kantonrechter en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.334.614/01
CJIB-nummer
: 246374002
Uitspraak d.d.
: 1 mei 2024
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank NoordNederland van 31 juli 2023, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. M. Lagas, kantoorhoudende te Amsterdam.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard en het verzoek om een proceskostenvergoeding afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 267,- voor: “VF026 - 26 km per uur harder rijden dan mag op een (auto)weg buiten de bebouwde kom”. Deze gedraging zou zijn verricht op 10 december 2021 om 21.44 uur op de Rijksweg N33 in Anderen met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de ambtenaar een grotere correctie heeft toegepast op de snelheid dan wettelijk is toegestaan. Volgens de kalibratietabel had een correctie van 6 km per uur moeten worden toegepast, maar de ambtenaar heeft een correctie van 7 km per uur toegepast. Dit betekent dat de ambtenaar een sanctie had moeten opleggen voor feitcode VF027 en een bijbehorende sanctie van € 280,-. Wijziging van de feitcode naar VF027 is echter niet mogelijk in verband met het verbod op reformatio in peius. Dit brengt mee dat de inleidende beschikking moet worden vernietigd.
3. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“De werkelijke snelheid stelde ik vast met behulp van de gekalibreerde boordsnelheidsmeter van het dienstvoertuig, door met een constante snelheid te blijven rijden. Ik zag dat de afstand tussen het dienstvoertuig en het gevolgde voertuig merkbaar groter werd.
Afgelezen snelheid boordsnelheidsmeter: 137.
Snelheid volgens kalibratietabel: 130.
Werkelijke (gecorrigeerde) snelheid: 126.
Toegestane snelheid: 100.
Overschrijding met: 26.”
4. Uit de Instructie snelheidsoverschrijdingen en snelheidsbegrenzers (2018I001) volgt dat de boordsnelheidsmeter met stappen van maximaal tien kilometer wordt gekalibreerd. De waarden waarmee moet worden gecorrigeerd om de gemeten snelheid te bepalen zijn op de in het dienstvoertuig aanwezige kalibratietabel vermeld. Als de afgelezen snelheid geen tiental is, dan volgt correctie met de hoogste van de twee correctiewaarden vermeld bij de tientallen waar de afgelezen snelheid tussen ligt. De gemeten snelheid moet vervolgens nog worden gecorrigeerd met de correctie van de maximale fout uit de in die instructie onder punt 3.1.1 vermelde correctietabel.
5. Het hof stelt vast dat de afgelezen snelheid van de boordsnelheidsmeter in dit geval 137 km per uur bedraagt. Nu deze snelheid geen tiental betreft, dient de afgelezen snelheid gecorrigeerd te worden met de correctiewaarde die op de kalibratietabel van het dienstvoertuig is vermeld bij 140 km per uur. Uit de zich in het dossier bevindende kalibratietabel volgt dat bij een afgelezen snelheid van 140 km per uur de gemeten snelheid 133 km per uur bedraagt. De correctiewaarde bedraagt daarmee 7 km per uur. Dit brengt mee dat bij een afgelezen snelheid van de boordsnelheidsmeter van 137 km per uur de gemeten snelheid (volgens de kalibratietabel) 130 km per uur bedraagt. De correctie van de maximale fout bedraagt in dit geval (volgens de hierboven onder 4. genoemde correctietabel) 4 km per uur waardoor de werkelijke met het voertuig van de betrokkene gereden snelheid 126 km per uur bedraagt. Gelet hierop heeft de ambtenaar de werkelijke (gecorrigeerde) snelheid, zoals onder 3. is weergegeven, juist vastgesteld. De klacht van de gemachtigde treft daarom geen doel.
6. Het voorgaande brengt mee dat het hof de beslissing van de kantonrechter zal bevestigen en het verzoek om een proceskostenvergoeding zal afwijzen.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van Swart als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.