Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
De beslissing van de kantonrechter
Het verloop van de procedure
De beoordeling
[kenteken] .
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De betrokkene kreeg een sanctie opgelegd van €150 voor het zodanig parkeren van een voertuig dat gevaar of hinder voor het verkeer werd veroorzaakt, op 30 januari 2022 in ’s-Gravenhage. De betrokkene stelde dat de hinder reeds was verdisconteerd in een lagere sanctie voor dubbel parkeren (feitcode R398) en dat de ambtenaar daardoor geen sanctie op grond van artikel 5 WVW Pro 1994 had mogen opleggen.
De gegevens van de ambtenaar toonden aan dat het voertuig de rijbaan blokkeerde waardoor verkeer over de trambaan moest uitwijken. Foto’s bevestigden dat het voertuig op de rijbaan stond met parkeervakken aan de ene zijde en een trambaan aan de andere zijde. De kantonrechter oordeelde dat niet alle hinder was verdisconteerd in de feitcode voor het parkeerverbod en dat de ambtenaar discretionair mocht optreden.
Het hof volgde dit oordeel en benadrukte dat het feit dat meerdere feitcodes mogelijk van toepassing waren, juist wees op meerdere hinderaspecten. Daarom was het opleggen van een sanctie op grond van de algemene hinderbepaling in artikel 5 WVW Pro 1994 gerechtvaardigd. Het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de sanctie van €150 voor gevaarlijk parkeren en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.