ECLI:NL:GHARL:2024:316

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
15 januari 2024
Publicatiedatum
15 januari 2024
Zaaknummer
Wahv 200.328.377
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • De Witt
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 WahvArt. 62 RVV 1990Art. 76 lid 1 RVV 1990
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie voor inhalen over doorgetrokken streep ondanks betwisting feitcode en bestuurder

De betrokkene werd door de officier van justitie gesanctioneerd met een boete van €250 wegens het zich links van een doorgetrokken streep bevinden tijdens het inhalen op de Almeloseweg. De betrokkene stelde beroep in tegen deze sanctie en voerde aan dat de feitcode onjuist was toegepast en dat de sanctie ten onrechte aan de kentekenhouder was opgelegd.

De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af. Het hof bevestigt deze beslissing. Uit de verklaring van de verbalisant blijkt dat de overtreding plaatsvond toen de bestuurder over een dubbel doorgetrokken streep inhaalde. De feitcode R617c is correct toegepast, ook al zou feitcode R617b ook van toepassing kunnen zijn.

Verder is vastgesteld dat de ambtenaar in een privévoertuig reed zonder stoptransparant, waardoor geen reële mogelijkheid tot staandehouding bestond. Daarom kon de sanctie terecht aan de kentekenhouder worden opgelegd. De aangevoerde gronden van de betrokkene en zijn gemachtigde worden verworpen en het hof bevestigt het vonnis van de kantonrechter.

Uitkomst: Het hof bevestigt de boete van €250 voor inhalen over een doorgetrokken streep en wijst het beroep en proceskostenvergoeding af.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.328.377/01
CJIB-nummer
: 246561977
Uitspraak d.d.
: 15 januari 2024
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Overijssel van 19 april 2023, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. N.G.A. Voorbach, kantoorhoudende te Zoetermeer.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 250,- voor: “als bestuurder zich links van doorgetrokken streep bevinden (streep tussen verkeer in beide richtingen) (feitcode R617c)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 25 december 2021 om 21:32 uur op de Almeloseweg in Haarle met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde voert aan dat de betrokkene de gedraging ontkent. Verder stelt de gemachtigde dat de verkeerde feitcode is toegepast. Uit de verklaring van de verbalisant volgt dat het betrokken voertuig de doorgetrokken streep heeft overschreden waarna twee voertuigen zijn ingehaald, zodat de ambtenaar feitcode R617b met als gedraging ‘als bestuurder de doorgetrokken streep overschrijden in beide richtingen’ had moeten toepassen. De kantonrechter heeft expliciet overwogen dat een doorgetrokken streep is overschreden, zodat de gedraging met feitcode R617b vaststaat. Voorts voert de gemachtigde aan dat de sanctie ten onrechte aan de kentekenhouder is opgelegd. Uit de beschikbare gegevens blijkt niet of de verbalisant reed in een (als zodanig herkenbaar) dienstvoertuig dan wel in een privévoertuig. Het gevolg hiervan is dat de enkele verklaring van de verbalisant dat hij niet beschikte over stopmiddelen niet zonder meer afdoende reden is om af te zien van staandehouding. De gemachtigde verwijst hierbij naar een aantal arresten van het hof.
3. De ambtenaar heeft een sanctie opgelegd voor feitcode R617c: ‘als bestuurder zich links bevinden van een tussen rijstroken of paden aangebrachte doorgetrokken streep met verkeer in beide richtingen’. De door de gemachtigde voorgestane feitcode R617b luidt: ‘als bestuurder de zich niet langs de rand van de rijbaanverharding bevindende doorgetrokken streep overschrijden met verkeer in beide richtingen’.
4. De gedragingen met feitcodes R617b en R617c betreffen overtredingen van artikel 62 jo Pro. artikel 76, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990). In artikel 62 van Pro het RVV 1990 is bepaald dat weggebruikers verplicht zijn gevolg te geven aan de verkeerstekens die een gebod of verbod inhouden.
5. In artikel 76, eerste lid, van het RVV 1990 is het volgende bepaald:
“Een doorgetrokken streep die zich niet langs de rand van de rijbaanverharding bevindt, mag niet worden overschreden. Bestuurders mogen zich niet links van een doorgetrokken streep bevinden, indien die streep is aangebracht tussen rijstroken of paden met verkeer in beide richtingen.”
6. De verklaring van de ambtenaar in het zaakoverzicht houdt onder meer het volgende in:
“Gedragingsgegevens: Ik, verbalisant, zag dat genoemde voertuig mij van achter naderde en mij en het voertuig voor mij inhaalde. Hierbij haalde de bestuurder ons in over een dubbel doorgetrokken streep. (…).
Reden geen staandehouding: verbalisant reed een voertuig zonder stoptransparant. (…).”
7. In hoger beroep heeft de advocaat-generaal een aanvullende proces-verbaal overgelegd, waarin de ambtenaar nog het volgende verklaart:
“Op 25 december 2021 omstreeks 21:32 uur reed ik na mijn noodhulpdienst in de gemeente Raalte en Olst-Wijhe naar huis. Ik maakte hierbij gebruik van mijn privévoertuig. Dit voertuig is derhalve niet voorzien van een stoptransparant. Ik reed op de N35, de Almeloseweg, ter hoogte van afslag Haarle. Ik reed in de richting van Raalte naar Almelo. Ik zag dat genoemde voertuig, een zwarte Volkswagen Golf, mij van achter naderde en mij en het voertuig dat voor mij reed in dezelfde richting, inhaalde. Hierbij haalde de bestuurder ons in over een dubbel doorgetrokken streep.”
8. De betrokkene ontkent de gedraging, maar geeft hiervoor onvoldoende argumenten. Het dossier bevat evenmin aanwijzingen dat de gegevens niet juist zijn. Het hof ziet daarom geen reden om aan de juistheid van de gegevens te twijfelen. Op basis van de verklaringen van de ambtenaar kan worden vastgesteld dat de bestuurder zich links heeft bevonden van een tussen twee rijstroken aangebrachte doorgetrokken streep om één of meerdere voertuigen in te halen. De stelling van de gemachtigde dat een verkeerde feitcode is gebruikt, treft derhalve geen doel. Dat de onderhavige gedraging ook valt onder het bereik van feitcode R617b doet hier niet aan af. De aangevoerde grond faalt.
9. Uit artikel 5 van Pro de Wahv volgt het uitgangspunt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd, de ambtenaar de bestuurder staande houdt en zijn identiteit vaststelt, zodat hem een sanctie kan worden opgelegd. Slechts wanneer er geen reële mogelijkheid is geweest om de identiteit van de bestuurder vast te stellen, mag de sanctie aan de kentekenhouder worden opgelegd.
10. Uit diens verklaring blijkt dat de ambtenaar op het moment van de gedraging in zijn eigen voertuig reed en geen stoptransparant voorhanden had. Nu de gedraging daarnaast werd begaan op een N-weg waarbij diverse voertuigen werden ingehaald, staat genoegzaam vast dat zich geen reële mogelijkheid heeft voorgedaan tot staandehouding van de bestuurder. De verwijzing door de gemachtigde naar de door hof gewezen arresten treft geen doel, aangezien deze arresten niet op vergelijkbare situaties zien. Dit brengt mee dat de sanctie met toepassing van artikel 5 van Pro de Wahv aan de kentekenhouder kon worden opgelegd.
11. Gelet op het voorgaande treffen de aangevoerde gronden geen doel. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding is er daarom niet.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Van der Meulen als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.