ECLI:NL:GHARL:2024:3185

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
7 mei 2024
Publicatiedatum
7 mei 2024
Zaaknummer
Wahv 200.330.252/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • De Witt
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging boete wegens 35 km/u te hard rijden op autosnelweg buiten bebouwde kom

De betrokkene werd bij beschikking een boete van €378 opgelegd wegens het rijden van 35 km/u te hard op de Rijksweg A73 op 17 februari 2022. Hij stelde dat zijn voertuig een maximumsnelheid van 164 km/u heeft en dat de snelheidsmeting daarom twijfelachtig is. Ter onderbouwing overhandigde hij onder meer gegevens van KentekenCheck.nl en video's waarin de auto niet harder zou kunnen dan circa 160 km/u.

Het hof oordeelde dat deze onderbouwing onvoldoende is om aan de juistheid van de meting te twijfelen. De opgegeven maximumsnelheid is een algemene fabrikantenspecificatie en niet gebaseerd op geijkte metingen van het specifieke voertuig. Bovendien is het mogelijk dat technische aanpassingen de topsnelheid verhogen. De video's waren onvoldoende bewijs, mede omdat niet vaststaat dat het voertuig op de beelden het voertuig van betrokkene betreft.

De snelheid werd vastgesteld met een gekalibreerde boordsnelheidsmeter van het dienstvoertuig en gecorrigeerd tot 165 km/u, wat de toegestane snelheid van 130 km/u met 35 km/u overschrijdt. Het hof bevestigde daarom de beslissing van de kantonrechter en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitkomst: De boete van €378 voor 35 km/u te hard rijden wordt bevestigd en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.330.252/01
CJIB-nummer
: 247639249
Uitspraak d.d.
: 7 mei 2024
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant van 8 juni 2023, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is M.J.M. Bergers, kantoorhoudende te Maastricht.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 378,- voor:
“35 km per uur harder rijden dan mag op een autosnelweg buiten de bebouwde kom”. Deze gedraging zou zijn verricht op 17 februari 2022 om 22:08 uur op de Rijksweg A73 in Cuijk met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde voert aan dat de betrokkene met zijn Volkswagen Polo niet de snelheid heeft gereden die de ambtenaren hebben vastgesteld. Het voertuig van de betrokkene heeft een vermogen van 65 pk en een maximumsnelheid van 164 km/h, zoals blijkt uit de bijgevoegde uitdraai van KentekenCheck.nl. Daarbij komt dat de werkelijk gereden snelheid is vastgesteld op 165 km/u, terwijl op deze snelheid een dubbele correctie is toegepast. Dat laatste betekent dat de met het voertuig gereden snelheid nog veel hoger zou moeten zijn geweest. De betrokkene heeft nog een tweetal video’s gemaakt in Duitsland waarbij hij met de topsnelheid van de auto is gaan rijden. In deze video is te zien dat de auto niet harder kan dan 160 km/u op een recht stuk weg. In een ander video is te zien dat de weg lichtjes naar beneden loopt en daar wist de betrokkene 166 km/u te halen, hetgeen volgens de GPS-tracker overeenkomt met 160 km/u.
3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor onder meer een gedraging die door deze ambtenaar zelf is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat onder meer de volgende gegevens:
“De werkelijke snelheid stelde ik vast met behulp van de gekalibreerde boordsnelheidsmeter van het dienstvoertuig door bestuurder met een gelijkblijvende of vrijwel gelijkblijvende tussenafstand te volgen.
Afgelezen snelheid boordsnelheidsmeter: 180.
Snelheid volgens kalibratietabel: 171.
Werkelijke (gecorrigeerde) snelheid: 165.
Toegestane snelheid: 130.
Overschrijding met: 35. (…)
Goedkeuring kalibratie van het dienstvoertuig geldig tot: 17-06-2022.”
5. De betrokkene ontkent de gedraging, maar geeft hiervoor onvoldoende argumenten. Het hof is van oordeel dat met de door de gemachtigde overgelegde stukken onvoldoende onderbouwing is gegeven aan de stelling dat het betreffende voertuig een maximumsnelheid heeft van 164 km/h en dat daarom getwijfeld zou moeten worden aan de waarneming van de ambtenaar. Voor zover de betrokkene stelt dat de fabrikant van het voertuig voor dit merk en type een maximumsnelheid heeft opgegeven van 164 km/u, merkt het hof op dat dit een algemene opgave betreft, terwijl niet blijkt dat deze opgave gebaseerd is op geijkte metingen van het betreffende voertuig. De gemeten snelheid na correctie is ook nauwelijks hoger dan de niet geijkte opgave van de fabrikant. Bovendien laat dit onverlet dat het door de toepassing van technische aanpassingen - zoals het chiptunen van de motor - heel goed mogelijk is de topsnelheid van het betreffende voertuig (fors) te verhogen. Aan de overgelegde beelden komt naar het oordeel van het hof evenmin betekenis toe. Nog daargelaten dat uit deze beelden niet blijkt dat het hier het voertuig van de betrokkene betreft, kan op basis van deze beelden niet worden vastgesteld dat op het moment van het maken van de beelden ook daadwerkelijk met de maximumsnelheid van het voertuig werd gereden. Nu het dossier daarnaast geen aanwijzingen bevat dat voormelde gegevens niet juist zijn, bestaat er geen reden om aan de juistheid van de gegevens te twijfelen. Gelet hierop kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht.
6. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding is er niet.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Pullens als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.