ECLI:NL:GHARL:2024:3189
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vergoeding op gemeenschap voor uit geclausuleerde erfenis tijdens huwelijk ontvangen bedrag
Partijen zijn in 1993 getrouwd in wettelijke gemeenschap van goederen zonder huwelijkse voorwaarden. Tijdens het huwelijk ontving de man een bedrag van €30.405 uit een erfenis met uitsluitingsclausule. De kern van het geschil is of en in welke omvang de man een vergoedingsrecht op de gemeenschap heeft.
De rechtbank had een vergoedingsrecht van €30.405 toegekend aan de man. De vrouw stelde in hoger beroep dat dit recht moet vervallen of worden verlaagd, onder meer omdat de gemeenschap geen baat zou hebben gehad bij het bedrag en omdat de man privéverplichtingen zou hebben voldaan met gemeenschapsgelden.
Het hof oordeelt dat het bedrag uit de erfenis is aangewend voor betaling van gemeenschapsschulden, met name kosten van de huishouding, en dat de man daardoor een vergoedingsrecht heeft. De vrouw kon onvoldoende aantonen dat er op het moment van betaling geen gemeenschappelijk vermogen was. Wel stelde het hof vast dat de man een vergoedingsplicht van €3.575 heeft wegens betaling van privéschulden met gemeenschapsgelden.
Na verrekening van deze vergoedingsplicht blijft een vergoedingsrecht van €26.830 bestaan. De vrouw stelde verder dat er stilzwijgende afspraken waren die het vergoedingsrecht uitsluiten, maar dat werd verworpen wegens onvoldoende onderbouwing. Ook faalden haar grief over zaaksvervanging omdat de goederen al met verrekening waren verdeeld en zij daartegen geen grief had gericht.
Het hoger beroep slaagt deels, het vergoedingsrecht wordt verlaagd tot €26.830. Iedere partij draagt eigen kosten en de beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof bepaalt een vergoedingsrecht van €26.830 voor de man na verrekening van €3.575 vergoedingsplicht, en wijst het overige af.