ECLI:NL:GHARL:2024:319

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
15 januari 2024
Publicatiedatum
15 januari 2024
Zaaknummer
Wahv 200.324.519
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5.2.42 Regeling voertuigenWet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging boete voor uitzicht belemmerend onnodig voorwerp op voorruit bedrijfsbus

De betrokkene kreeg een boete van €150 opgelegd wegens het plaatsen van een iPad op de voorruit van zijn bedrijfsbus, wat het uitzicht van de bestuurder belemmerde. De betrokkene voerde aan dat de iPad klein was en onderaan de ruit zat, waardoor het zicht niet belemmerd zou zijn. Het hof beoordeelde de zaak aan de hand van foto's en het dossier, waarin bleek dat de tablet in een houder rechtop stond, bevestigd aan de voorruit en het dashboard, en het zicht daadwerkelijk belemmerde.

De overtreding betrof artikel 5.2.42 van de Regeling voertuigen, dat onnodige voorwerpen op de voorruit verbiedt die het uitzicht van de bestuurder belemmeren. Het hof oordeelde dat het voorwerp, gelet op omvang en positie, onnodig was en het zicht belemmerde. De betrokkene's verweer werd verworpen.

Het hof bevestigde daarom de beslissing van de kantonrechter en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af. De uitspraak werd gedaan door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 15 januari 2024.

Uitkomst: De boete van €150 voor het plaatsen van een iPad die het uitzicht belemmerde wordt bevestigd en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.324.519/01
CJIB-nummer
: 248200103
Uitspraak d.d.
: 15 januari 2024
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 21 februari 2023, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. N.G.A. Voorbach, kantoorhoudende te Zoetermeer.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard en het verzoek om een proceskostenvergoeding afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 150,- voor: “Voorruit/zijruiten/windscherm/achterruit geen recht. buit. spiegel voorzien van uitzicht belemmerende onnodige voorwerpen”. Deze gedraging zou zijn verricht op 17 maart 2022 om 15:14 uur op de Amsterdam-Sloten (A1) in Amsterdam met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat het hier gaat om een iPad, die was bevestigd aan het voorraam en aan de bovenkant van het dasboard van de betrokkene. Een iPad is maar iets groter dan het mobiele elektronische apparaat dat doorgaans op de voorruit wordt bevestigd. De iPad zat onder aan de ruit. De bestuurder heeft goed zicht gehad, omdat het gaat om een bedrijfsbus met een grote voorruit. Derhalve kan de gedraging niet worden vastgesteld.
3. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Wij, verbalisanten, zagen (het hof vult aan: dat zich) op de voorruit belemmerende onnodige voorwerpen bevonden. Wij zagen dat betrokkene voor op het dashboard een tablet had staan. Wij zagen dat deze tablet tijdens het rijden voor zijn gezicht tegen het raam stond. Hierdoor werd de bestuurder belemmerd door de tablet en had geen voldoende zicht naar buiten toe. (…).”
4. In het dossier bevinden zich verder nog foto’s van het geconstateerde. Hierop is te zien dat in het midden van de voorruit boven het stuur, aan de onderzijde, een tablet is bevestigd. De tablet bevindt zich in een houder die op de voorruit en op het dashboard is gemonteerd. De tablet staat rechtop.
5. De verweten gedraging is een overtreding van artikel 5.2.42 van de Regeling voertuigen (hierna: Rv). Dit artikel luidt, voor zover hier van belang, als volgt:
“2. De voorruit en de naast de bestuurderszitplaats aanwezige zijruiten van personenauto’s mogen niet zijn voorzien van onnodige voorwerpen die het uitzicht van de bestuurder belemmeren.”
6. Artikel 5.2.42 Rv is opgenomen in hoofdstuk 5, dat inhoudt de permanente eisen waaraan voertuigen dienen te voldoen. De Nota van toelichting bij dit artikel in voorheen het Voertuigreglement houdt onder meer in:
“Toegevoegd is de eis dat de ruiten niet mogen zijn voorzien van onnodige voorwerpen die het uitzicht van de bestuurder beperken. Te denken valt daarbij aan stickers, lichtdoorlaatbaarheid beperkende folies of voor wat betreft de achterruit, jaloezieën die de achterruit dichtmaken. Een en ander zal in lagere regelgeving nader kunnen worden ingevuld.”
7. De Rv bevat geen concrete uitwerking van hetgeen in art. 5.2.42 van de Rv is verboden.
8. Het hof is van oordeel dat uit de stukken die zich in het dossier bevinden, met name uit de foto’s van het voertuig waarop het voorwerp op de ruit zichtbaar is, voldoende blijkt dat dit voorwerp, een tablet, gelet op de omvang daarvan en de positie waar deze is geplaatst, in dit geval een onnodig voorwerp is dat het uitzicht van de bestuurder belemmert. De gedraging kan dan ook worden vastgesteld.
9. De aangevoerde grond treft geen doel. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter daarom bevestigen. Aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding is er niet.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Arntz als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.