ECLI:NL:GHARL:2024:3262

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
13 mei 2024
Publicatiedatum
13 mei 2024
Zaaknummer
Wahv 200.334.335
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Sekeris
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 31 RVV 1990Art. 28 RVV 1990Art. 2 Besluit proceskosten bestuursrechtArt. 11 Wahv
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging sanctiebeschikking wegens twijfel over claxongebruik bij verkeerscontrole

De betrokkene kreeg een sanctie van €150 opgelegd voor het geven van signalen op een niet toegestane wijze tijdens een verkeerscontrole op de Rijksweg N50 in Kampen. Zij voerde aan dat zij claxonneerde om gevaarlijk rijgedrag van een voorganger te signaleren, die met de telefoon bezig was en te langzaam reed. De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond, maar het hof stelde dat er gerede twijfel bestaat over de gedraging omdat niet kon worden uitgesloten dat het claxongebruik ter afwending van gevaar was.

Het dossier bevatte onduidelijkheden over de wijze van uitvoering van de verkeerscontrole en de waarnemingen van de ambtenaren. Een nadere toelichting van de betrokken ambtenaren ontbrak, waardoor het hof de sanctiebeschikking niet in stand kon houden. De advocaat-generaal werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de betrokkene.

Het hof vernietigde de beslissing van de kantonrechter en de sanctiebeschikking, en verklaarde het beroep van de betrokkene gegrond. De zaak betreft een toepassing van artikel 31 en Pro 28 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, waarbij het hof de belangen van de betrokkene en de verkeersveiligheid zorgvuldig afwoog.

Uitkomst: De sanctiebeschikking wegens onjuist claxongebruik wordt vernietigd en de betrokkene wordt in het gelijk gesteld.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.334.335/01
CJIB-nummer
: 248918321
Uitspraak d.d.
: 13 mei 2024
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Overijssel van 13 oktober 2023, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. N.G.A. Voorbach, kantoorhoudende te Zoetermeer.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 150,- voor: “signalen geven in een ander geval of op een ander manier dan mag”. Deze gedraging zou zijn verricht op 21 april 2022 om 18:05 uur op de Rijksweg (N50) in Kampen met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde voert aan dat de betrokkene zich op het standpunt stelt dat zij de gedraging niet heeft begaan. Reeds bij haar staandehouding heeft de betrokkene de gedraging betwist en zij heeft dat gedurende de gehele procedure aan de hand van een gedetailleerd en consistent betoog onderbouwd. De betrokkene heeft in dat verband naar voren gebracht dat zij op de N50 reed en dat de bestuurder in het voertuig voor haar 80 km per uur reed waar 100 km per uur is toegestaan. Zij zag dat deze bestuurder gedurende langere tijd met zijn telefoon bezig was. Zij vond dit gevaarlijk en zij heeft door te claxonneren op het gedrag van de bestuurder gereageerd. Nadat het betreffende voertuig de afslag had genomen kwam plotseling de politie tevoorschijn en werd haar duidelijk gemaakt dat zij moest volgen. Gelet op het verweer van de betrokkene was een aanvullend proces-verbaal in dit geval op zijn plaats geweest. De inhoud van het e-mailbericht van 7 oktober 2023 van de betrokken ambtenaar is in dat verband te summier, terwijl de ambtenaar er in zijn reactie tevens blijk van geeft onvoldoende naar het dossier te hebben gekeken. Onder die omstandigheden kan de inleidende beschikking niet in stand blijven, aldus de gemachtigde.
3. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat onder meer de volgende gegevens:
“Naam van ambtenaar 1: [naam1] (…)
Naam van ambtenaar 2: [naam2] (…)
Ik verbalisant stond op het viaduct ivm controle op mobiele bellers/appers. Hierbij zag ik de betrokkene de claxon gebruiken. Ik zag ook dat deze betrokkene zeer kort op de voorganger reed. Dit gedurende de afstand welke ik verbalisant kon afkijken. Aan de betrokkene is de cautie verleend. (…)
Verklaring betrokkene: het voertuig voor mij reed heel langzaam en was met zijn telefoon bezig. (…) Ik ging wat dicht op hem rijden en claxonneerde om dit gevaarlijke weggedrag te stoppen.”
4. Daarnaast bevindt zich een e-mailbericht van 4 oktober 2023 van de zittingsvertegenwoordiger van de CVOM in het dossier waarin de betrokken ambtenaren - onder meer - wordt verzocht om te reageren op het relaas van de betrokkene, zoals hiervoor kort samengevat is weergegeven. Ambtenaar [naam2] reageert bij e-mailbericht van 7 oktober 2023 als volgt op dit verzoek:
“Wij verbalisanten hebben betrokkene een verbaal aangezegd met betrekking tot
zijngedraging.
Wij hebben niet waargenomen wat de persoon deed waar betrokkene het over heeft. Verbalisanten [naam1] , [naam2] en [naam2] hebben de gedraging waargenomen.”
5. De vermeende gedraging betreft een overtreding van artikel 31 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990). Hierin is, voor zover relevant, bepaald dat signalen niet gegeven mogen worden in andere gevallen of op andere wijze dan bij of krachtens de artikelen in paragraaf 12 van het RVV 1990 is bepaald.
6. In artikel 28 van Pro het RVV 1990 is, voor zover relevant, bepaald dat bestuurders slechts geluidssignalen mogen geven ter afwending van dreigend gevaar.
7. Gelet op hetgeen namens de betrokkene gedurende de gehele procedure consistent en vasthoudend is aangevoerd, is bij het hof gerede twijfel ontstaan of de gedraging is verricht. Het hof stelt vast dat de gegevens in het zaakoverzicht en het e-mailbericht verwarring doen ontstaan over de wijze waarop uitvoering is gegeven aan de op dat moment kennelijk gaande zijnde verkeerscontrole en daarmee met betrekking tot de in de richting van de betrokkene gehanteerde werkwijze. Daarnaast kan op grond van hetgeen omtrent de (duur van de) waarneming is gerelateerd niet worden uitgesloten dat de betrokkene de claxon heeft gebruikt ter afwending van mogelijk gevaar dat door het gebruik van de mobiele telefoon door de weggebruiker die voor haar reed zou kunnen ontstaan. Een nadere toelichting van (een van) de betrokken ambtenaren was in het licht van het voorgaande dan ook op zijn plaats geweest. Nu deze niet voorhanden is, kan de gedraging niet met voldoende zekerheid worden vastgesteld. Het hof acht het in deze fase van de procedure, mede gelet op de omstandigheid dat de advocaat-generaal daartoe in het kader van het uitbrengen van het verweerschrift in de gelegenheid is geweest, niet aangewezen om de advocaat-generaal alsnog te verzoeken om een aanvullend proces-verbaal in het geding te brengen.
8. Nu de inleidende beschikking niet in stand blijven, zal het hof beslissen als hierna te melden.
9. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van het administratief beroepschrift, het beroepschrift bij de kantonrechter en het hoger beroepschrift dienen in totaal 3 punten te worden toegekend. Het hof zal, met toepassing van artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, voor het telefonisch horen in administratief beroep een half punt toekennen. De waarde per punt bedraagt voor het administratief beroep € 624,- en voor het (hoger) beroep € 875,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag
van € 1.343,- (= (1,5 x € 624,- x 0,5) + (2 x € 875,- x 0,5)).

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;
verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gegrond;
vernietigt de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van Pro de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 1.343,-.
Dit arrest is gewezen door mr. Sekeris, in tegenwoordigheid van mr. Pullens als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.