Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in het principaal hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep in een zaak over de zorg- en vakantieregeling voor drie minderjarige kinderen na de scheiding van hun ouders. De rechtbank had eerder een zorgregeling vastgesteld, maar beide ouders waren het niet eens met delen daarvan en gingen in hoger beroep.
De vader verzocht om een uitgebreidere zorgregeling, met name voor de oudste minderjarige, waarbij zijn partner als begeleider zou optreden. De moeder wilde juist dat alle kinderen gelijktijdig bij de vader zouden verblijven en pleitte voor begeleiding door een professionele begeleider die de oudste minderjarige zelf wenst. De raad voor de kinderbescherming en de gecertificeerde instelling (GI) gaven advies waarbij zij het belang van een geleidelijke opbouw van contact voor de oudste minderjarige benadrukten en het belang van continuïteit en stabiliteit voor de jongere twee kinderen.
Het hof volgde het advies van de raad en de GI en stelde vast dat de jongere twee kinderen de ene week van donderdag na school tot maandagochtend bij de vader verblijven en de andere week op donderdag tot na het eten. Voor de oudste minderjarige wordt onder regie van de GI een opbouwregeling getroffen, waarbij de GI bepaalt of en door wie begeleiding wordt geboden. De vakantieregeling werd aangepast zodat de kinderen in de zomervakantie drie aaneengesloten weken bij een van de ouders verblijven. Het hof vernietigde de bestreden beschikking voor zover deze beslissingen betrof en stelde de nieuwe regeling vast.
Uitkomst: Het hof stelde een aangepaste zorg- en vakantieregeling vast waarbij twee kinderen structureel bij de vader verblijven en de zorg voor de oudste onder regie van de gecertificeerde instelling wordt opgebouwd.