ECLI:NL:GHARL:2024:3325

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
14 mei 2024
Publicatiedatum
14 mei 2024
Zaaknummer
21-004807-22
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 62 RVV 1990Art. 422 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van snelheidsovertreding op 100 km/u weg

Verdachte werd verdacht van het rijden met een snelheid van ongeveer 182 km/u op een weg met een maximumsnelheid van 100 km/u, wat een overtreding is van artikel 62, bord A1 van bijlage I van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.

De verdediging betwistte de juistheid van de snelheidsmeting, waarbij het hof constateerde dat in het dossier geen ijktabel van de boordsnelheidsmeter aanwezig was. Hierdoor kon het hof niet met voldoende zekerheid vaststellen hoe hard verdachte daadwerkelijk had gereden.

Het hof vernietigde het vonnis van de kantonrechter dat verdachte vrijsprak en deed opnieuw recht door te verklaren dat het tenlastegelegde niet bewezen was. Verdachte werd daarom vrijgesproken van de snelheidsovertreding.

De zaak betrof een hoger beroep tegen het vonnis van 25 oktober 2022 van de kantonrechter Midden-Nederland. De officier van justitie had een geldboete en ontzegging van rijbevoegdheid gevorderd, maar deze vordering werd niet toegewezen.

Het arrest werd op 14 mei 2024 uitgesproken door het hof te Leeuwarden, waarbij de raadsheren en griffier aanwezig waren.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van snelheidsovertreding.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-004807-22
Uitspraak d.d.: 14 mei 2024
TEGENSPRAAK
Arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Midden-Nederland van 25 oktober 2022 met parketnummer 96-244313-22 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1994,
wonende te [adres] .

Het hoger beroep

De officier van justitie heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 30 april 2024 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van Pro het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte ter zake van het tenlastegelegde tot een geldboete van € 900,-, te vervangen door 18 dagen hechtenis, en tot een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.
Het hof heeft verder kennisgenomen van hetgeen namens verdachte door zijn raadsman,
mr. T.J.N. Hameleers, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Verdachte is bij vonnis van de kantonrechter van 25 oktober 2022 vrijgesproken ter zake van het tenlastegelegde.
Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 21 september 2022 te [plaats] , gemeente [gemeente] als bestuurder van een motorvoertuig (personenauto) op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, [weg] , geen gevolg heeft gegeven aan een verkeersteken dat een gebod of verbod inhoudt, immers in strijd met een bord [weg] van bijlage I van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 - op welk bord een maximumsnelheid van 100 kilometer per uur was aangegeven - heeft gereden met een snelheid van ongeveer 182 kilometer per uur, in elk geval de aldaar toegestane maximumsnelheid met meer dan 40 kilometer per uur heeft overschreden.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

De verdediging heeft de juistheid van de snelheidsmeting betwist. Nu zich in het dossier geen ijktabel van de boordsnelheidsmeter bevindt, kan het hof niet met voldoende zekerheid vaststellen hoe hard verdachte heeft gereden. Het hof heeft daardoor uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Aldus gewezen door
mr. L.G. Wijma, voorzitter,
mr. J. Hielkema en mr. E. de Witt, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. N.E. Renders, griffier,
en op 14 mei 2024 ter openbare terechtzitting uitgesproken.