Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
De beslissing van de kantonrechter
Het verloop van de procedure
De beoordeling
“Ik zag dat de bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat met de rechterhand, ter hoogte van het oor, vasthield. Tijdens mijn waarneming heb ik duidelijk en onbelemmerd in het voertuig naar het mobiel elektronisch apparaat kunnen kijken. (…) bestuurder betrof een vrouw met blond haar. Betrof een zwarte mobiele telefoon. Ik heb de bestuurder niet kunnen staande houden, omdat [ik] reed in een burgervoertuig zonder stopteken.”
“Ik reed in een onopvallend burgervoertuig wat niet was voorzien van transparante politie stopborden of volgborden. Ik droeg op dat moment burgerkleding en droeg geen politielegitimatie of geweldsmiddelen bij mij. (…) Ik zag dat de bestuurder van dit voertuig een vrouw betrof en dat zij een zwartkleurige mobiele telefoon vasthield in haar rechterhand (…) ter hoogte van haar oor tijdens het rijden. Ik kan mij nog herinneren dat ik omgedraaid ben en achter het voertuig ben gaan rijden. Ik zag dat het voertuig slingerde en tot twee maal toe geen richting aangaf. Ik heb daarna het kenteken van het voertuig genoteerd. (…) Gezien het bovengenoemde, besloot ik om het voertuig niet verder te volgen en de bestuurder later staande te houden. Dit vond ik niet verantwoord mocht er wel wat misgaan. (…) Ik kan mij wel herinneren dat ik de tenaamgestelde van het voertuig ongeveer tien a vijftien minuten na de overtreding opgebeld had om te vertellen dat er op haar voertuig een proces-verbaal uitgeschreven was voor het vasthouden van een mobiele telefoon tijdens het rijden. (…) Ik had tijdens het telefoongesprek geen zicht meer op de betrokkene.”