ECLI:NL:GHARL:2024:3410

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
17 mei 2024
Publicatiedatum
17 mei 2024
Zaaknummer
200.336.903/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Beswerda
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie kentekenhouder voor vasthouden mobiel tijdens rijden zonder staandehouding

De betrokkene kreeg een sanctie van €250 opgelegd voor het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op 27 januari 2022 in Uithuizen. De gemachtigde voerde in hoger beroep aan dat de ambtenaar ten onrechte niet tot staandehouding was overgegaan en dat niet was vastgesteld dat het om een mobiele telefoon ging.

De ambtenaar verklaarde dat zij de bestuurder duidelijk zag met een zwarte mobiele telefoon bij het oor, maar niet kon staande houden omdat zij in burger was, zonder stopmiddelen, en het rijgedrag van de bestuurder het niet verantwoord maakte. Zij belde de kentekenhouder 10 tot 15 minuten later, maar dat was niet aanstonds vaststellen van de identiteit.

Het hof oordeelde dat de verklaring van de ambtenaar voldoende duidelijk was om de gedraging vast te stellen en dat er geen reële mogelijkheid tot staandehouding was. De sanctie aan de kentekenhouder was daarom terecht opgelegd. Het hof bevestigde de beslissing van de kantonrechter en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de sanctie van €250 aan de kentekenhouder en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.336.903/01
CJIB-nummer
: 247180715
Uitspraak d.d.
: 17 mei 2024
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank
Noord-Nederland van 21 september 2023, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is M.J.M. Bergers, kantoorhoudende te Maastricht.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 250,- voor: “Als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden”. Deze gedraging zou zijn verricht op 27 januari 2022 om 15:23 uur op de J. Cohenstraat in Uithuizen met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert in hoger beroep aan dat ten onrechte niet tot de staandehouding van de bestuurder is overgegaan. Aangezien de ambtenaar tijdens het rijden wel in staat was om de bestuurder te bellen, had hij volgens de gemachtigde ook kunnen vragen om even te stoppen voor het vaststellen van de identiteit van de bestuurder. In reactie op het aanvullend proces-verbaal van de ambtenaar wordt nog opgemerkt dat het bijzonder is dat de ambtenaar wel gaat keren om het voertuig te volgen, maar dat het voertuig uit zicht is geraakt op het moment dat de ambtenaar de bestuurder gaat bellen. Verder meent de gemachtigde dat niet is komen vast te staan dat er een mobiele telefoon is vastgehouden, nu niet duidelijk is waaruit de ambtenaar heeft opgemaakt dat het een telefoon was. De inleidende beschikking kan dan ook niet in stand blijven.
3. De verklaring van de ambtenaar in het zaakoverzicht houdt onder meer het volgende in:
“Ik zag dat de bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat met de rechterhand, ter hoogte van het oor, vasthield. Tijdens mijn waarneming heb ik duidelijk en onbelemmerd in het voertuig naar het mobiel elektronisch apparaat kunnen kijken. (…) bestuurder betrof een vrouw met blond haar. Betrof een zwarte mobiele telefoon. Ik heb de bestuurder niet kunnen staande houden, omdat [ik] reed in een burgervoertuig zonder stopteken.”
4. Door de advocaat-generaal is in hoger beroep een aanvullend proces-verbaal van de ambtenaar van 21 februari 2024 overgelegd, waarin nog het volgende wordt verklaard:
“Ik reed in een onopvallend burgervoertuig wat niet was voorzien van transparante politie stopborden of volgborden. Ik droeg op dat moment burgerkleding en droeg geen politielegitimatie of geweldsmiddelen bij mij. (…) Ik zag dat de bestuurder van dit voertuig een vrouw betrof en dat zij een zwartkleurige mobiele telefoon vasthield in haar rechterhand (…) ter hoogte van haar oor tijdens het rijden. Ik kan mij nog herinneren dat ik omgedraaid ben en achter het voertuig ben gaan rijden. Ik zag dat het voertuig slingerde en tot twee maal toe geen richting aangaf. Ik heb daarna het kenteken van het voertuig genoteerd. (…) Gezien het bovengenoemde, besloot ik om het voertuig niet verder te volgen en de bestuurder later staande te houden. Dit vond ik niet verantwoord mocht er wel wat misgaan. (…) Ik kan mij wel herinneren dat ik de tenaamgestelde van het voertuig ongeveer tien a vijftien minuten na de overtreding opgebeld had om te vertellen dat er op haar voertuig een proces-verbaal uitgeschreven was voor het vasthouden van een mobiele telefoon tijdens het rijden. (…) Ik had tijdens het telefoongesprek geen zicht meer op de betrokkene.”
5. Het hof ziet in wat de gemachtigde heeft aangevoerd geen reden om eraan te twijfelen dat de ambtenaar heeft waargenomen dat de bestuurder een mobiele telefoon vasthield. De ambtenaar had duidelijk en onbelemmerd zicht en zag dat tijdens het rijden een zwarte mobiele telefoon bij het oor werd gehouden. Geen rechtsregel schrijft voor dat de verklaring van de ambtenaar meer kenmerken moet bevatten om te kunnen vaststellen dat het een mobiele telefoon betrof. Het hof acht de verklaring van de ambtenaar voldoende duidelijk en specifiek, zodat op basis daarvan genoegzaam is komen vast te staan dat de gedraging is verricht.
6. Uit artikel 5 van Pro de Wahv volgt het uitgangspunt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd, de ambtenaar de bestuurder staande houdt en zijn identiteit vaststelt, zodat hem een sanctie kan worden opgelegd. Slechts wanneer er geen reële mogelijkheid is geweest om de identiteit van de bestuurder aanstonds vast te stellen, mag de sanctie aan de kentekenhouder worden opgelegd.
7. Het hof heeft in zijn arrest van 1 september 2022 (ECLI:NL:GHARL:2022:7565) geoordeeld dat ‘aanstonds vaststellen’ als bedoeld in artikel 5 van Pro de Wahv beperkt moet worden opgevat, in die zin dat dit begrip dient te worden beperkt tot die gevallen waarin de identiteit van de bestuurder van het motorrijtuig ten tijde van de vaststelling van de gedraging of direct daarna wordt vastgesteld.
8. Het hof is van oordeel dat uit de verklaringen van de ambtenaar voldoende volgt dat zich geen reële mogelijkheid tot staandehouding van de bestuurder heeft voorgedaan, nu de ambtenaar in burger was en niet over stopmiddelen beschikte en ook aangeeft dat het door het rijgedrag van de bestuurder niet verantwoord was om daartoe over te gaan. Dat de ambtenaar 10 tot 15 minuten na het waarnemen van de gedraging met de kentekenhouder heeft gebeld en had kunnen vragen of zij de bestuurder was, doet aan het voorgaande niet af. Er was dan immers geen sprake meer geweest van het aanstonds vaststellen van de identiteit van de bestuurder. De sanctie is dus terecht met toepassing van artikel 5 van Pro de Wahv aan de kentekenhouder opgelegd.
9. Nu de aangevoerde gronden geen doel treffen, zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen en het verzoek om een proceskostenvergoeding afwijzen.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Beswerda, in tegenwoordigheid van mr. Verstraaten als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.