ECLI:NL:GHARL:2024:344

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
16 januari 2024
Publicatiedatum
16 januari 2024
Zaaknummer
Wahv 200.325.769/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2, derde lid, Besluit proceskosten bestuursrechtArtikel 11 WahvWet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging sanctiebeschikking wegens onjuiste feitcode bij snelheidsoverschrijding binnen bebouwde kom

De betrokkene kreeg een sanctie opgelegd voor het rijden met 15 km/u te hard binnen de bebouwde kom met feitcode VB015, die verwijst naar bebording A1. De gemachtigde betwistte de aanwezigheid van deze bebording op de locatie en stelde dat de feitcode onjuist was toegepast. De advocaat-generaal erkende dat de feitcode VB015 niet kon worden vastgesteld vanwege het ontbreken van bebording A1, en adviseerde wijziging naar feitcode VA015, die een overschrijding binnen de bebouwde kom zonder verwijzing naar bebording betreft.

Het hof oordeelde dat de kantonrechter ten onrechte had geoordeeld dat de feitcode juist was toegepast, omdat de aanwezigheid van bebording A1 niet was vastgesteld. Gezien de leeftijd van de gedraging en eerdere bezwaren tegen de feitcode, achtte het hof het niet opportuun om de feitcode alsnog te wijzigen. Daarom vernietigde het hof de sanctiebeschikking.

Daarnaast werd de advocaat-generaal veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de betrokkene, omdat de procedure meerdere stappen omvatte, waaronder administratief beroep, kantonrechter en hoger beroep. De zaak werd schriftelijk behandeld nadat het zittingsverzoek was ingetrokken. Het arrest werd uitgesproken door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 16 januari 2024.

Uitkomst: De sanctiebeschikking wegens snelheidsoverschrijding wordt vernietigd wegens onjuiste feitcode en ontbrekende bebording A1.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.325.769/01
CJIB-nummer
: 240627575
Uitspraak d.d.
: 16 januari 2024
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 17 maart 2023, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. B. de Jong, kantoorhoudende te Gouda.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
Er is daarnaast gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De gemachtigde van de betrokkene heeft bij e-mailbericht d.d. 22 december 2023 het zittingsverzoek ingetrokken.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 139,- voor: “VB015 - 15 km per uur harder rijden dan mag binnen de bebouwde kom (verkeersbord A1)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 17 april 2021 om 13.13 uur op de [adres] in Gouda met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene brengt naar voren dat de betrokkene de gedraging bestrijdt. De gemachtigde is woonachtig aan de [adres] te Gouda en weet dat daar geen bord A1 als bedoeld in bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 aanwezig is. Dat blijkt ook na raadpleging van Google Maps. De kantonrechter heeft volgens de gemachtigde miskend dat de feitcode had behoren te worden gewijzigd naar VA015. De gemachtigde verzoekt evenwel om in dit stadium van de procedure niet meer tot wijziging van de feitcode over te gaan. Afgezien van de vraag of de deugdelijkheid van de bebording H1 komt vast te staan, is wijziging van de feitcode niet meer opportuun. De betrokkene zou in zijn verdedigingsbelangen worden geschaad wanneer hij thans nog zou worden geconfronteerd met een ander verwijt.
3. De advocaat-generaal is het met de gemachtigde eens in zoverre dat de onderhavige gedraging met feitcode VB015 niet kan worden vastgesteld, omdat na raadpleging van het Google Maps Street View de aanwezigheid van bebording A1 niet is gebleken. De advocaat-generaal geeft het hof in overweging om de feitcode te wijzigen in VA015 met als bijbehorende omschrijving van de gedraging “overschrijding van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom, met 15 km/h”. Uit bestudering van Google Maps en Google Maps Street View blijkt volgens de advocaat-generaal overduidelijk dat de [adres] binnen de bebouwde kom ligt. Bij het verweerschrift heeft de advocaat-generaal prints van Google Maps en Google Maps Street View overgelegd.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“De werkelijke snelheid stelde ik vast m.b.v. een voor de meting geteste, goedgekeurde en op voorgeschreven wijze gebruikte snelheidsmeter.
Gemeten (afgelezen) snelheid: 68.
Werkelijke (gecorrigeerde) snelheid: 65.
Toegestane snelheid: 50.
Overschrijding met: 15. (…)
Aan betrokkene is de cautie verleend.
De gedraging vond plaats binnen de bebouwde kom
Verklaring betrokkene: Ik had het niet door.”
5. Naar het oordeel van het hof heeft de kantonrechter ten onrechte overwogen dat in de onderhavige zaak een juiste feitcode is gebruikt, nu niet is gebleken dat sprake is van bebording A1. De onder 1. genoemde gedraging kan dan ook niet worden vastgesteld. Het hof acht het niet opportuun om thans nog over te gaan tot wijziging van de feitcode met de bijhorende omschrijving van de gedraging. De gedraging is inmiddels bijna drie jaar oud, de gemachtigde heeft in de procedure bij de kantonrechter al aangevoerd dat een onjuiste feitcode is toegepast en de advocaat-generaal had zelf kunnen overgaan tot het wijzigen van de inleidende beschikking op dit punt. Het hof zal de inleidende beschikking vernietigen.
6. Het vorenstaande leidt tot de onderstaande beslissing.
7. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van het administratief beroepschrift, het indienen van het beroepschrift bij de kantonrechter, het verschijnen ter zitting van de kantonrechter, het indienen van het hoger beroepschrift en het indienen van de nadere toelichting dienen in totaal 4,5 punten te worden toegekend. Het hof zal, met toepassing van artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, voor het telefonisch horen in administratief beroep een half punt toekennen. De waarde per punt bedraagt voor het administratief beroep € 624,- en voor het (hoger) beroep € 875,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 1.999,25 (= (1,5 x € 624,- x 0,5) + (3,5 x € 875,- x 0,5)).

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;
verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gegrond;
vernietigt de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van Pro de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 1.999,25.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Koldenhof-ten Kate als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.