De kantonrechter stelde op 29 maart 2023 een mentorschap in voor verzoeker vanwege haar geestelijke toestand, met haar broer als mentor. Verzoeker vroeg om opheffing van het mentorschap, maar dit werd afgewezen op 14 november 2023. In hoger beroep betoogt verzoeker dat het mentorschap niet langer nodig is, omdat zij zelfstandig woont en haar situatie is verbeterd.
Het hof constateert dat ondanks de vooruitgang de psychische toestand van verzoeker nog steeds zorgelijk is, mede gelet op een recente psychose en de onduidelijkheid over het risico op herhaling. Het mentorschap blijft daarom noodzakelijk. De broer, als huidige mentor, heeft zijn taken nauwelijks ingevuld en heeft geen contact meer met verzoeker, wat een gewichtige reden is voor ontslag als mentor.
Het hof wijst het primaire verzoek tot opheffing af, maar wijst het subsidiaire verzoek toe om een nieuwe mentor te benoemen. Gezien de familiale spanningen die mede hebben bijgedragen aan de psychische klachten, acht het hof een professionele, onafhankelijke mentor passend. De zaak wordt terugverwezen naar de kantonrechter voor benoeming van een professionele mentor.