De zaak betreft een geschil tussen ouders over de naleving van een zorgregeling en een informatie- en consultatieregeling voor hun minderjarige kind, geboren in 2015. De vader wenst regelmatig contact en informatie over het kind, terwijl de moeder aanvankelijk niet meewerkte. De rechtbank had op 22 november 2023 een voorlopige zorgregeling vastgesteld waarbij contact onder begeleiding plaatsvindt en de moeder verplicht werd maandelijks informatie en een recente foto te verstrekken.
De vader vorderde bij de voorzieningenrechter naleving van deze regeling en dwangsommen bij niet-naleving, welke werden toegewezen. De moeder stelde hoger beroep in met het verzoek deze vorderingen af te wijzen. Het hof constateert dat de moeder inmiddels maandelijks informatie en foto's verstrekt en zich heeft aangemeld bij de begeleidingsorganisatie, waardoor de dwangsommen niet langer noodzakelijk zijn en het spoedeisend belang is komen te vervallen.
Het hof overweegt dat de moeder psychische klachten heeft en dat het contact onder begeleiding via de organisatie voldoende tegemoetkomt aan haar bezwaren. De informatieverstrekking verloopt via deze organisatie en wordt als toereikend beoordeeld. Het hoger beroep slaagt deels: het vonnis van de voorzieningenrechter wordt bekrachtigd tot heden en vernietigd met ingang van het arrest, waarbij de vorderingen van de vader alsnog worden afgewezen. Iedere partij draagt zijn eigen kosten.