ECLI:NL:GHARL:2024:3709

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
3 juni 2024
Publicatiedatum
3 juni 2024
Zaaknummer
Wahv 200.335.437
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 Besluit proceskosten bestuursrechtArt. 1 Besluit proceskosten bestuursrechtArt. 2 Besluit proceskosten bestuursrechtWet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging afwijzing proceskostenvergoeding bij samenhangende bestuurszaken Wahv

De betrokkene stelde hoger beroep in tegen de beslissing van de kantonrechter die het beroep gedeeltelijk gegrond verklaarde en de sanctie matigde tot €187,50, maar het verzoek om proceskostenvergoeding afwees vanwege samenhang met een andere zaak.

De betrokkene voerde aan dat de werkzaamheden niet nagenoeg identiek waren en dat de dossiers en gronden verschilden, maar het hof oordeelde dat de zaken dezelfde gedraging betroffen, met gelijke strekking van de aangevoerde gronden en gelijktijdige behandeling op dezelfde zitting.

Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) worden samenhangende zaken als één zaak beschouwd voor proceskostenvergoeding. Het hof kon niet beschikken over het dossier van de andere zaak, maar op basis van de stukken concludeerde het dat de werkzaamheden nagenoeg identiek waren.

Daarom bevestigde het hof de beslissing van de kantonrechter en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af. Het arrest werd gewezen door mr. Wijma en uitgesproken op een openbare zitting.

Uitkomst: Het hof bevestigt de afwijzing van het verzoek om proceskostenvergoeding wegens samenhang met een andere zaak.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.335.437/01
CJIB-nummer
: 244207610
Uitspraak d.d.
: 3 juni 2024
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank
Midden-Nederland van 13 november 2023, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. B. de Jong, kantoorhoudende te Gouda.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gedeeltelijk gegrond verklaard en de sanctie gematigd tot een bedrag van € 187,50. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Het hoger beroep richt zich tegen de afwijzing van het verzoek om een proceskostenvergoeding. De kantonrechter heeft het verzoek afgewezen omdat sprake is van samenhang met een andere zaak die op dezelfde zitting is behandeld. In die zaak is het verzoek om een proceskostenvergoeding toegewezen.
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de kantonrechter ten onrechte heeft geoordeeld dat sprake is van samenhang. De werkzaamheden waren niet nagenoeg identiek. Dat in beide gevallen eenzelfde situatie aan de orde is geweest (gevallen telefoon), maakt niet dat de werkzaamheden identiek zijn geweest. De gronden zijn op een verschillend moment ingediend en de inhoud verschilt. In de ene zaak gaat het om een vrachtwagenchauffeur en in een andere zaak niet. De dossiers zijn verschillend en er zijn verschillende bijlagen bijgevoegd. Ter onderbouwing heeft de gemachtigde de beslissing en de gronden die zijn aangevoerd in de andere zaak bijgevoegd.
3. De kantonrechter heeft geoordeeld dat de redelijke termijn van berechting is geschonden en het bedrag van de sanctie moet worden gematigd. Voor wat betreft de vergoeding van de proceskosten heeft de kantonrechter overwogen dat de zaak samenhangt met een andere zaak waarin de gemachtigde ook als gemachtigde optrad en die gelijktijdig is behandeld op de zitting van de kantonrechter van 30 oktober 2023. De zaken hadden betrekking op het als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden. In deze zaken zijn nagenoeg identieke gronden aangevoerd.
4. Uit artikel 3, eerste lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht (hierna: Bpb), gelezen in samenhang met de artikelen 1, aanhef en onder a, en 2, eerste lid, aanhef en onder a, van het Bpb, volgt dat voor het vaststellen van het bedrag van de proceskostenvergoeding samenhangende zaken worden beschouwd als één zaak.
5. Artikel 3, tweede lid, van het Bpb bepaalt dat ‘samenhangende zaken’ zijn: door een of meer belanghebbenden gemaakte bezwaren of ingestelde beroepen, die door het bestuursorgaan of de bestuursrechter gelijktijdig of nagenoeg gelijktijdig zijn behandeld, waarin rechtsbijstand als bedoeld in artikel 1, onder a, is verleend door dezelfde persoon dan wel door een of meer personen die deel uitmaken van hetzelfde samenwerkingsverband en van wie de werkzaamheden in elk van de zaken nagenoeg identiek konden zijn.
6. Het hof stelt vast dat in de onderhavige zaak op 22 december 2021 op nader aan te voeren gronden beroep is ingesteld tegen de beslissing van de officier van justitie. Per brief van 1 februari 2023 zijn de gronden aangevuld en is namens de betrokkene - kort samengevat - een beroep gedaan op de omstandigheden van het geval. De mobiele telefoon was gevallen en vanwege de verkeersveiligheid is gekozen om de telefoon op te pakken. De betrokkene verkeerde in een conflict van plichten. Er is verwezen naar een niet-gepubliceerde uitspraak van de rechtbank
Noord-Holland, die is bijgevoegd. De zaak is op de zitting van 30 oktober 2023 behandeld en de kantonrechter heeft op 13 november 2023 uitspraak gedaan.
7. In de zaak waarmee samenhang is aangenomen is bij het hof geen hoger beroep bekend. Het dossier is niet door een van de partijen in het geding gebracht. Het hof beschikt dus niet over het dossier dat in die zaak daaraan ten grondslag ligt. Niet vastgesteld kan worden wanneer beroep tegen de beslissing van de officier van justitie is ingesteld en wat daar is aangevoerd. De gemachtigde heeft bij het hoger beroepschrift wel een brief met dagtekening 26 juli 2023 bijgevoegd, waarin de gronden in die zaak zijn aangevuld. In deze zaak was - kort samengevat - een beroep gedaan op de omstandigheden van het geval. Er was aangevoerd dat de telefoon was gevallen en dat gevaarlijke situaties kan opleveren. De betrokkene verkeerde in een conflict van plichten. Er is verwezen naar twee niet-gepubliceerde uitspraken van de rechtbank Rotterdam en Noord-Holland, die zijn bijgevoegd. Deze zaak is eveneens behandeld op de zitting van 30 oktober 2023 en de kantonrechter heeft ook in die zaak op 13 november 2023 uitspraak gedaan.
8. Op basis van de beschikbare stukken is het hof van oordeel dat sprake is van samenhangende zaken. De werkzaamheden waren nagenoeg identiek. Het betreft dezelfde soort gedraging en de aangevoerde gronden hebben dezelfde strekking. De zaken zijn gelijktijdig behandeld op de zitting van de kantonrechter. Dat de gronden in de brieven mogelijk net iets anders verwoord zijn, er naar andere uitspraken is verwezen en de gronden niet gelijktijdig zijn aangevuld, maakt niet dat niet gezegd kan worden dat de werkzaamheden nagenoeg identiek zijn.
9. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Het verzoek om toekenning van een proceskostenvergoeding zal worden afgewezen.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Wijmenga als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.