ECLI:NL:GHARL:2024:3805
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Wijma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beslissing kantonrechter inzake redelijke termijn en proceskostenvergoeding in bestuursstrafzaak
In deze bestuursstrafzaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het hoger beroep behandeld tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag. De betrokkene was gedeeltelijk in het gelijk gesteld door de kantonrechter, die de sanctie matigde vanwege vermeende overschrijding van de redelijke termijn van berechting, maar het verzoek om proceskostenvergoeding afwees.
Het hof onderzocht de termijnen en stelde vast dat de redelijke termijn niet was overschreden. De vertraging was toe te rekenen aan de gemachtigde van de betrokkene, die de beroepsgronden niet tijdig aanvulde binnen de gestelde termijnen. Hierdoor was de verlenging van de redelijke termijn gerechtvaardigd.
Het hof concludeerde dat de kantonrechter ten onrechte de sanctie had gematigd en de betrokkene in het gelijk had gesteld op grond van een overschrijding die niet bestond. Ook was er geen recht op proceskostenvergoeding. Daarom bevestigde het hof de beslissing van de kantonrechter en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de beslissing van de kantonrechter en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.