Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in het principaal hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen zijn in 2012 gehuwd en hebben twee minderjarige kinderen. De vrouw vroeg in 2020 echtscheiding aan, die in 2022 werd uitgesproken. De rechtbank bepaalde partner- en kinderalimentatie en regelde de verdeling van de gemeenschap van goederen. De vrouw kwam in hoger beroep tegen de partneralimentatie en de verdeling van het vermogen, terwijl de man incidenteel hoger beroep instelde.
De vrouw stelde dat het gedrag van de man zodanig grievend was dat zij geen partneralimentatie aan hem zou moeten betalen. Het hof oordeelde dat dit onvoldoende was om de alimentatieplicht te beëindigen. Wel werd de partneralimentatie vanaf 1 mei 2023, na het ontslag van de vrouw, aangepast op basis van een forfaitaire benadering en haar WW-uitkering.
De overige geschilpunten over de verdeling van het vermogen, waaronder schenkingen, woning en vergoedingsvorderingen, werden aangehouden voor verdere beslissing. Het hof bepaalde dat de vrouw vanaf 1 mei 2023 €130 bruto per maand aan partneralimentatie aan de man moet betalen en verklaarde deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De partneralimentatie vanaf 1 mei 2023 wordt vastgesteld op €130 bruto per maand ten gunste van de man; overige verdelingsbeslissingen worden aangehouden.