Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 11 juni 2024 het hoger beroep behandeld tegen het besluit van de kantonrechter om een mentorschap in te stellen voor verzoeker, geboren in 1983, vanwege haar geestelijke en lichamelijke toestand.
Verzoeker was het niet eens met de instelling van het mentorschap en verzocht het hof het besluit te vernietigen. De mentor verzocht het hof het besluit te bekrachtigen. Het hof heeft alle stukken bestudeerd en de zitting gehouden op 26 april 2024.
Het hof overweegt dat verzoeker lijdt aan schizofrenie, depressiviteit, dysthymie, angsten en PTSS, en dat zij langdurige zorg en toezicht nodig heeft om samen met haar kinderen te kunnen wonen. Ondanks haar herstel en minimale begeleiding, is er sprake van zorgmijdend gedrag en wantrouwen dat leidt tot paniekerig en impulsief gedrag.
Het hof stelt vast dat een WLZ-indicatie een passendere zorgoplossing is dan de huidige WMO-ondersteuning, maar verzoeker weigert deze aanvraag te ondertekenen. Daarom is het mentorschap noodzakelijk om de continuïteit van zorg en veiligheid te waarborgen. Het hof bekrachtigt het besluit van de kantonrechter en handhaaft het mentorschap.