De beoordeling
1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 150,- voor: “N651 - als bestuurder van voertuig rijden terwijl in het voertuig aanwezige licht(en)/object(en) licht uitstralen naar buitenzijde”. Deze gedraging zou zijn verricht op 13 december 2021 om 08.56 uur op de Rijksweg (A15) in Vuren met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene ontkent de gedraging en stelt zich op het standpunt dat in casu sprake is van feitcode N652 en overtreding van het bepaalde in artikel 5.3.57a, eerste lid, van de Regeling voertuigen. De gedraging die bij die feitcode hoort is geen Muldergedraging en het sanctiebedrag is lager dan het sanctiebedrag dat hoort bij feitcode N651 die is gebaseerd op het bepaalde in artikel 5.3.65 van de Regeling voertuigen. In zijn bedrijfsauto heeft de betrokkene groene lichten die niet zijn toegestaan, omdat zijn voertuig niet valt onder een in artikelen 29, eerste lid, en 30b van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) bedoelde dienst. Er is geen sprake van verlichting zoals een blauw kruis of Valentijnhartjes om de cabine gezelliger te maken, aldus de gemachtigde.
3.
De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Ik, verbalisant, zag dat achter de voorruit 3 lampen waren geplaatst welke groen licht naar voren toe uitstraalden. (…)
Aan betrokkene is de cautie verleend.
Bijlagen: een fotografische opnamen. (…)
Verklaring betrokkene: Ik wist niet dat dit niet mag. Ik dacht dat alleen blauw verboden is. Ik heb dit van mijn collega’s gekregen voor mijn verjaardag.”
4. Verder bevindt zich in het dossier een foto waarop de voorzijde van het voertuig met bovengenoemd kenteken zichtbaar is. Bij het midden van de voorruit onderin zijn drie groene lampen te zien.
5. De gedraging met feitcode N651 betreft de overtreding van artikel 5.3.65, eerste lid, van de Regeling voertuigen. Hierin is bepaald:
“Bedrijfsauto’s mogen niet zijn voorzien van:
a. meer lichten en retroreflecterende voorzieningen dan in de artikelen 5.3.51, 5.3.51a, 5.3.57 en 5.3.57a is voorgeschreven of toegestaan, en
b. in het voertuig aanwezige lichten of objecten die licht uitstralen naar de buitenzijde van het voertuig.”
6. Volgens de Tekstenbundel voor misdrijven, overtredingen en Muldergedragingen, uitgave januari 2021, luidt de gedraging bij feitcode N652:
“het niet bij één van de in artikel 29 1e lid van het RVV 1990 bedoelde diensten in gebruik zijnde voertuig is voorzien van een lichtarmatuur voor een blauw zwaai-, flits- of knipperlicht of voorzieningen die de indruk wekken dat het voertuig is voorzien van een dergelijke lichtarmatuur”.
7. In artikel 5.3.57a, eerste lid, van de Regeling voertuigen is opgenomen:
“Bedrijfsauto’s in gebruik bij de in de artikelen 29, eerste lid, en 30b van het RVV 1990 bedoelde diensten, die de daar genoemde signalen mogen voeren, mogen zijn voorzien van blauwe en groene zwaai-, flits- of knipperlichten.”
8. Artikel 29, eerste lid, van het RVV 1990 schrijft voor:
“Bestuurders van motorvoertuigen in gebruik bij politie en brandweer, motorvoertuigen in gebruik bij diensten voor spoedeisende medische hulpverlening, en motorvoertuigen van andere door Onze Minister aangewezen hulpverleningsdiensten voeren blauw zwaai-, flits- of knipperlicht en een tweetonige hoorn om kenbaar te maken dat zij een dringende taak vervullen.”
9. Artikel 30b van het RVV 1990 schrijft voor:
“De artikelen 29 tot en met 30a zijn niet van toepassing op Belgische en Duitse motorvoertuigen in gebruik bij politie en brandweer, in gebruik bij diensten voor spoedeisende hulpverlening alsmede motorvoertuigen van Belgische en Duitse hulpverleningsdiensten, aangewezen bij of krachtens artikel 29, eerste lid, mits deze voertuigen elk de signalen voeren overeenkomstig de voor hen in hun eigen land geldende wettelijke regels.”
10. De aangevoerde grond dat feitcode N652 van toepassing zou zijn, kan reeds niet slagen nu, zoals de gemachtigde zelf ook aangeeft, sprake is van groene in plaats van blauwe lichten.
11. Gelet op de in het zaakoverzicht opgenomen verklaring van de ambtenaar alsmede de in het dossier aanwezige foto kan, niettegenstaande de ontkenning van de gedraging door de gemachtigde, de onder 1. weergegeven gedraging worden vastgesteld. Dat het bepaalde in artikel 5.3.57a, eerste lid, van de Regeling voertuigen zou zijn overtreden, neemt voorts niet weg dat het bepaalde in artikel 5.3.65, eerste lid, van de Regeling voertuig, waarop feitcode N651 is gebaseerd, is overtreden.
12. Nu de aangevoerde gronden geen doel treffen, zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen en het verzoek om een proceskostenvergoeding afwijzen.