ECLI:NL:GHARL:2024:3879

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
11 juni 2024
Publicatiedatum
11 juni 2024
Zaaknummer
Wahv 200.335.473/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • De Witt
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5.3.57a Regeling voertuigenArt. 5.3.65 Regeling voertuigenArt. 29 RVV 1990Art. 30b RVV 1990
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging boete voor rijden met groene lichtobjecten op bedrijfsvoertuig

De betrokkene werd bij beschikking beboet wegens het rijden met een voertuig dat groene lichten uitstraalde naar de buitenzijde, wat in strijd is met artikel 5.3.65, eerste lid, van de Regeling voertuigen. De betrokkene stelde dat de feitcode N652 van toepassing was, die betrekking heeft op blauwe lichten, en dat de groene lichten niet verboden zouden zijn omdat het voertuig niet bij hulpverleningsdiensten in gebruik is.

Het gerechtshof oordeelde dat de aangevoerde grond faalt omdat het hier om groene en niet om blauwe lichten gaat. De overtreding van artikel 5.3.65, eerste lid, blijft daarmee gehandhaafd. De kantonrechter had het beroep van de betrokkene tegen de boete al ongegrond verklaard en het hof bevestigt deze beslissing.

Het verzoek om proceskostenvergoeding werd eveneens afgewezen. De foto’s en de verklaring van de ambtenaar ondersteunen de vaststelling van de overtreding, ondanks de ontkenning door de betrokkene. Het hof benadrukt dat het niet relevant is dat de betrokkene dacht dat alleen blauwe lichten verboden zijn.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de boete van €150 voor het rijden met groene lichten op het voertuig en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.335.473/01
CJIB-nummer
: 246300709
Uitspraak d.d.
: 11 juni 2024
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Gelderland van 8 september 2023, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is M.J.M. Bergers, kantoorhoudende te Maastricht.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 150,- voor: “N651 - als bestuurder van voertuig rijden terwijl in het voertuig aanwezige licht(en)/object(en) licht uitstralen naar buitenzijde”. Deze gedraging zou zijn verricht op 13 december 2021 om 08.56 uur op de Rijksweg (A15) in Vuren met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene ontkent de gedraging en stelt zich op het standpunt dat in casu sprake is van feitcode N652 en overtreding van het bepaalde in artikel 5.3.57a, eerste lid, van de Regeling voertuigen. De gedraging die bij die feitcode hoort is geen Muldergedraging en het sanctiebedrag is lager dan het sanctiebedrag dat hoort bij feitcode N651 die is gebaseerd op het bepaalde in artikel 5.3.65 van de Regeling voertuigen. In zijn bedrijfsauto heeft de betrokkene groene lichten die niet zijn toegestaan, omdat zijn voertuig niet valt onder een in artikelen 29, eerste lid, en 30b van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) bedoelde dienst. Er is geen sprake van verlichting zoals een blauw kruis of Valentijnhartjes om de cabine gezelliger te maken, aldus de gemachtigde.
3.
De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Ik, verbalisant, zag dat achter de voorruit 3 lampen waren geplaatst welke groen licht naar voren toe uitstraalden. (…)
Aan betrokkene is de cautie verleend.
Bijlagen: een fotografische opnamen. (…)
Verklaring betrokkene: Ik wist niet dat dit niet mag. Ik dacht dat alleen blauw verboden is. Ik heb dit van mijn collega’s gekregen voor mijn verjaardag.”
4. Verder bevindt zich in het dossier een foto waarop de voorzijde van het voertuig met bovengenoemd kenteken zichtbaar is. Bij het midden van de voorruit onderin zijn drie groene lampen te zien.
5. De gedraging met feitcode N651 betreft de overtreding van artikel 5.3.65, eerste lid, van de Regeling voertuigen. Hierin is bepaald:
“Bedrijfsauto’s mogen niet zijn voorzien van:
a. meer lichten en retroreflecterende voorzieningen dan in de artikelen 5.3.51, 5.3.51a, 5.3.57 en 5.3.57a is voorgeschreven of toegestaan, en
b. in het voertuig aanwezige lichten of objecten die licht uitstralen naar de buitenzijde van het voertuig.”
6. Volgens de Tekstenbundel voor misdrijven, overtredingen en Muldergedragingen, uitgave januari 2021, luidt de gedraging bij feitcode N652:
“het niet bij één van de in artikel 29 1e lid van het RVV 1990 bedoelde diensten in gebruik zijnde voertuig is voorzien van een lichtarmatuur voor een blauw zwaai-, flits- of knipperlicht of voorzieningen die de indruk wekken dat het voertuig is voorzien van een dergelijke lichtarmatuur”.
7. In artikel 5.3.57a, eerste lid, van de Regeling voertuigen is opgenomen:
“Bedrijfsauto’s in gebruik bij de in de artikelen 29, eerste lid, en 30b van het RVV 1990 bedoelde diensten, die de daar genoemde signalen mogen voeren, mogen zijn voorzien van blauwe en groene zwaai-, flits- of knipperlichten.”
8. Artikel 29, eerste lid, van het RVV 1990 schrijft voor:
“Bestuurders van motorvoertuigen in gebruik bij politie en brandweer, motorvoertuigen in gebruik bij diensten voor spoedeisende medische hulpverlening, en motorvoertuigen van andere door Onze Minister aangewezen hulpverleningsdiensten voeren blauw zwaai-, flits- of knipperlicht en een tweetonige hoorn om kenbaar te maken dat zij een dringende taak vervullen.”
9. Artikel 30b van het RVV 1990 schrijft voor:
“De artikelen 29 tot en met 30a zijn niet van toepassing op Belgische en Duitse motorvoertuigen in gebruik bij politie en brandweer, in gebruik bij diensten voor spoedeisende hulpverlening alsmede motorvoertuigen van Belgische en Duitse hulpverleningsdiensten, aangewezen bij of krachtens artikel 29, eerste lid, mits deze voertuigen elk de signalen voeren overeenkomstig de voor hen in hun eigen land geldende wettelijke regels.”
10. De aangevoerde grond dat feitcode N652 van toepassing zou zijn, kan reeds niet slagen nu, zoals de gemachtigde zelf ook aangeeft, sprake is van groene in plaats van blauwe lichten.
11. Gelet op de in het zaakoverzicht opgenomen verklaring van de ambtenaar alsmede de in het dossier aanwezige foto kan, niettegenstaande de ontkenning van de gedraging door de gemachtigde, de onder 1. weergegeven gedraging worden vastgesteld. Dat het bepaalde in artikel 5.3.57a, eerste lid, van de Regeling voertuigen zou zijn overtreden, neemt voorts niet weg dat het bepaalde in artikel 5.3.65, eerste lid, van de Regeling voertuig, waarop feitcode N651 is gebaseerd, is overtreden.
12. Nu de aangevoerde gronden geen doel treffen, zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen en het verzoek om een proceskostenvergoeding afwijzen.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Koldenhof-ten Kate als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.