Uitspraak
de vader,
de moeder,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen, beiden van Iraanse nationaliteit, zijn gescheiden en hebben gezamenlijk gezag over hun minderjarige kind. In een eerdere procedure was een zorgregeling overeengekomen waarbij het kind om de week bij de vader verbleef. De moeder vorderde nakoming van deze regeling, waarop de rechtbank een beperkter omgangsschema vaststelde.
De vader stelde in hoger beroep dat hij tijdelijk niet in staat is de zorgregeling na te komen vanwege het ontbreken van eigen woonruimte en financiële problemen. Het hof oordeelt dat de vader voorlopig om de week op zondag omgang kan hebben met het kind, totdat hij eigen woonruimte heeft of uiterlijk zes maanden na het arrest. Daarna herleeft de oorspronkelijke zorgregeling.
Het hof legt een dwangsom op om naleving van de regeling af te dwingen, hoewel dit de verstandhouding kan belasten. De vader wordt aangemoedigd om hulpverlening te zoeken vanwege de impact van de vlucht en scheiding op het gezin. Elke partij draagt haar eigen proceskosten.
Uitkomst: Het hof stelt een voorlopige omgangsregeling vast met een dwangsom totdat de vader eigen woonruimte heeft of uiterlijk zes maanden na het arrest.