Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak stond het verzoek van de man centraal om de uitvoerbaarverklaring bij voorraad van een beschikking van de rechtbank Gelderland over de vermogensrechtelijke afwikkeling van het huwelijk te schorsen. De rechtbank had op 29 december 2023 de beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaard, maar deze uitvoerbaarverklaring was niet gemotiveerd.
De man stelde dat hij financieel in nood zou komen bij onmiddellijke uitvoering en verzocht om schorsing. Het hof overwoog dat het belang van de man om de situatie te behouden zoals voor de uitspraak zwaarder moet wegen dan het belang van de vrouw bij onmiddellijke uitvoering. Het hof vond echter dat de man onvoldoende feiten had aangevoerd om dit belang aannemelijk te maken.
De man had wel betalingen gedaan en was veroordeeld tot betaling wegens overbedeling, maar had niet aannemelijk gemaakt dat hij daadwerkelijk niet in staat zou zijn te betalen. Nieuwe feiten die een afwijking van de uitspraak rechtvaardigen waren niet gesteld of gebleken. Het verzoek tot schorsing werd daarom afgewezen.
De proceskosten in hoger beroep werden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt. De beslissing werd uitgesproken door het hof in aanwezigheid van de griffier op 18 juni 2024.
Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van de uitvoerbaarverklaring bij voorraad wordt afgewezen en de proceskosten worden gecompenseerd.