De betrokkene kreeg een sanctie van €150 opgelegd wegens rijden op een voetpad in Enschede, geconstateerd via digitale handhaving. De betrokkene voerde aan dat niet was voldaan aan het Beleidskader digitale handhaving, met name dat geen waarschuwingsperiode was ingesteld en dat instemming van het openbaar ministerie ontbrak.
Het hof stelde vast dat het plan van aanpak voor digitale handhaving was goedgekeurd door het openbaar ministerie en dat het plan geen waarschuwingsperiode bevatte, noch dat hieraan betekenis werd toegekend bij instemming. De betrokkene kon dan ook niet op deze gronden succesvol verweren.
Verder oordeelde het hof dat de schouwrapporten van de boa voldoende waren en dat de kantonrechter terecht het beroep ongegrond verklaarde. Het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen. Het arrest bevestigt de rechtmatigheid van de digitale handhaving en de opgelegde sanctie.