ECLI:NL:GHARL:2024:4150

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
19 juni 2024
Publicatiedatum
19 juni 2024
Zaaknummer
Wahv 200.336.246/01 en Wahv 200.336.248/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 6 EVRMArtikel 11 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet-stellen zekerheid in Wahv-zaken

In deze zaak ging het om hoger beroep tegen beslissingen van de kantonrechter die het beroep van de betrokkene niet-ontvankelijk verklaarde wegens het niet stellen van zekerheid in twee zaken onder de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv).

De gemachtigde voerde aan dat de kantonrechter de betrokkene niet in de gelegenheid had gesteld alsnog zekerheid te stellen, waarbij werd gewezen op het lage inkomen van de gemachtigde en het verzoek tot verlaging van het zekerheidstellingsbedrag. Het hof oordeelde dat alleen de draagkracht van de betrokkene relevant is voor de verplichting tot zekerheidstelling, niet die van de gemachtigde.

De betrokkene was correct geïnformeerd over de verplichting tot zekerheidstelling via zekerheidsbrieven van de officier van justitie. Omdat geen draagkrachtverweer door de betrokkene was gevoerd en geen zekerheid was gesteld, was het niet-ontvankelijk verklaren door de kantonrechter terecht. Het hof bevestigde daarom de beslissingen van de kantonrechter.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wegens het niet stellen van zekerheid.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummers
: Wahv 200.336.246/01 en Wahv 200.336.248/01
CJIB-nummers
: 252125453 en 249910476
Uitspraak d.d.
: 19 juni 2024
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissingen van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 20 december 2023, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is Y. Rachamim, kantoorhoudende te Amsterdam.

De beslissingen van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissingen van de officier van justitie in beide zaken niet-ontvankelijk verklaard.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft in beide zaken hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft verweerschriften ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft in beide zaken de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. De kantonrechter heeft in beide zaken het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard, omdat de betrokkene geen zekerheid heeft gesteld.
2. De gemachtigde van de betrokkene voert in hoger beroep aan dat de kantonrechter de betrokkene in de voorliggende zaken ten onrechte niet in de gelegenheid heeft gesteld om alsnog zekerheid te stellen. Op deze wijze is de betrokkene de weg naar de rechter geblokkeerd. De gemachtigde wijst er op dat hij, gemachtigde, degene is die gebruik maakt van het voertuig, dat zijn inkomen op grond van de AOW € 901,- per maand bedraagt en dat om die reden in beide zaken is gevraagd het tot zekerheid te stellen bedrag te verlagen.
3. Artikel 6 van Pro het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) waarborgt het recht op toegang tot een onafhankelijke rechter. Uitgangspunt is dat de verplichting om zekerheid te stellen de toegang tot de rechter niet belemmert. Dat is anders wanneer de betrokkene financieel niet in staat is (volledig) zekerheid te stellen.
4. Wordt tijdig een draagkrachtverweer gevoerd, dan behoort de kantonrechter de betrokkene uit te nodigen voor een openbare zitting. Oordeelt de kantonrechter vervolgens dat de betrokkene inderdaad onvoldoende draagkrachtig is, dan vermindert hij de zekerheidstelling tot een bedrag dat voor de betrokkene wel is op te brengen en geeft hij een nieuwe termijn voor betaling van dat bedrag of stelt hij het bedrag op nihil en behandelt het beroep zonder dat zekerheid is gesteld. Oordeelt de kantonrechter dat het draagkrachtverweer ongegrond is, dan geeft hij de betrokkene een nieuwe termijn voor betaling van het volledige bedrag.
5. Aan de betrokkene is in de zaak met CJIB-nummer 252125453 als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 100,- voor: “als snorfietser niet de rijbaan gebruiken waar dat verplicht is”. In de zaak met CJIB-nummer 249910476 is aan de betrokkene eveneens als kentekenhouder een sanctie opgelegd van € 100,- voor: “als snorfietser niet de rijbaan gebruiken waar dat verplicht is”.
6. Artikel 11 van Pro de Wahv verplicht de betrokkene - in dit geval de kentekenhouder van het betrokken voertuig - om in de procedure bij de kantonrechter zekerheid te stellen voor de betaling van de sanctie en de administratiekosten. De officier van justitie dient de betrokkene op juiste wijze te informeren over deze verplichting. Voor de vraag of al dan niet kan worden voldaan aan de verplichting tot zekerheidstelling is slechts de draagkracht van de betrokkene bepalend. Dat in dit geval de gemachtigde de bestuurder van het voertuig was en zich van aanvang aan als zodanig kenbaar heeft gemaakt, maakt dat niet anders. Zijn draagkracht is niet bepalend bij de beoordeling of kan worden voldaan aan de verplichting tot zekerheidstelling.
7. Het hof stelt vast dat zich in de dossiers afschriften bevinden van op 24 april 2023 door de officier van justitie aan de betrokkene verzonden brieven waarin wordt gewezen op de verplichting tot zekerheidstelling. Daarnaast heeft de officier van justitie de betrokkene in beide zaken bij herinneringsbrieven van 12 mei 2023 opnieuw gewezen op de verplichting tot zekerheidstelling van het volledige sanctiebedrag alsmede de administratiekosten. Gelet op voormelde zekerheidsbrieven had beide keren door de betrokkene uiterlijk op 26 mei 2023 zekerheid gesteld moeten zijn.
8. In voormelde zekerheidsbrieven is onder meer het volgende vermeld:
''Bij dit beroep is volgens artikel 11 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) ‘zekerheid stellen’ verplicht. U stelt zekerheid door de boete te betalen, inclusief administratiekosten. Het geld moet binnen twee weken na de datum bovenaan deze brief binnen zijn. (…). Als u geen zekerheid stelt, dan is de kans groot dat de kantonrechter uw beroep ‘niet-ontvankelijk’ verklaart. (…) Kunt u écht niet betalen, geef dit dan duidelijk aan en stuur hiervan bewijzen mee.”
9. Het hof is van oordeel dat de gemachtigde (als bestuurder van het voertuig) op grond van voormelde expliciet aan de betrokkene gerichte brieven en de daarin opgenomen tekst niet in de veronderstelling kon komen te verkeren dat hij, gemachtigde, verplicht is om zekerheid te stellen en dat betekenis toekomt aan het in dat kader voeren van een de financiële situatie van de gemachtigde betreffend draagkrachtverweer. Van belang daartoe acht het hof dat de gemachtigde geen zekerheidsbrieven zijn toegestuurd die bij hem het idee konden doen postvatten dat op hem de verplichting tot zekerheidstelling rustte en daardoor zijn draagkracht relevant was. Dit betekent dat de kantonrechter aan dat verweer voorbij kon gaan. De kantonrechter was om die reden ook niet gehouden om de gemachtigde omtrent de bij deze kennelijk bestaande misvatting te informeren en de betrokkene vervolgens nogmaals een termijn te gunnen om alsnog het volledige bedrag van de zekerheidstelling te voldoen. Nu de betrokkene door de officier van justitie in beide zaken op juiste wijze is geïnformeerd over het stellen van zekerheid, er door de betrokkene geen draagkrachtverweer is gevoerd, er geen zekerheid is gesteld en het uitblijven daarvan niet verschoonbaar is gebleken, heeft de kantonrechter in beide zaken juist beslist. Het hof zal de beslissingen van de kantonrechter bevestigen.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter in de:
Wahv-zaak 200.336.246 (CJIB-nummer: 252125453);
Wahv-zaak 200.336.248 (CJIB-nummer: 249910476).
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Pullens als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.