Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in het principaal hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak staat de invulling van het recht op omgang van de vader met zijn onder toezicht gestelde minderjarige kind centraal. De moeder heeft het gezag en het kind woont bij haar. De omgangsregeling is beperkt tot één keer per maand twee uur begeleide omgang, vastgesteld door de kinderrechter. De vader verzoekt om uitbreiding naar twee keer per maand twee uur, terwijl de gecertificeerde instelling (GI) en de moeder dit afwijzen vanwege de moeizame relatie tussen vader en GI en de onrust die de vader veroorzaakt.
Tijdens de mondelinge behandeling staan de standpunten lijnrecht tegenover elkaar. De raad voor de kinderbescherming merkt op dat de belangen van het kind ondergesneeuwd dreigen te raken en heeft nog geen onderzoek gedaan. Het hof acht zich onvoldoende geïnformeerd om een beslissing te nemen en verzoekt de raad een nader onderzoek in te stellen naar de omgangsregeling die het beste is voor het kind.
Het hof bepaalt dat het onderzoek uiterlijk 30 september 2024 gerapporteerd moet worden en dat de zaak daarna wordt voortgezet. De beschikking is gegeven door drie raadsheren en uitgesproken in het openbaar op 25 juni 2024.
Uitkomst: Het hof houdt de zaak aan en verzoekt de raad voor de kinderbescherming een onderzoek in te stellen naar de omgangsregeling in het belang van het kind.