Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[de betrokkene] B.V. (hierna: de betrokkene),
De beslissing van de kantonrechter
Het verloop van de procedure
De beoordeling
3. Van geen van deze situaties is hier sprake. De officier van justitie heeft de inleidende beschikking vernietigd in de fase van het administratief beroep. Dit betekent dat geen sanctie meer resteert.
24 februari 2023 de dwangsom is verschuldigd tot en met 27 maart 2023. De officier van justitie is een dwangsom verschuldigd van € 992,-.
6 februari 2023 aan PostNL ter bezorging is aangeboden en niet eerder dan op woensdag
8 februari 2023 of vrijdag 9 februari 2023 is bezorgd. De officier van justitie heeft daarmee niet aannemelijk gemaakt dat zijn op 3 februari 2023 gedateerde verdagingsbrief eerder dan op
8 februari 2023 bij de gemachtigde is bezorgd. Een redelijke wetstoepassing brengt in dit geval mee dat voor de beantwoording van de vraag wanneer de verdagingsbeslissing van de officier van justitie bekend is gemaakt, niet kan worden uitgegaan van de datum waarop deze beslissing aan PostNL is aangeboden. Dit brengt mee dat niet kan worden vastgesteld dat de officier van justitie de beslistermijn tijdig heeft verlengd (vgl. het arrest van het hof van 3 juli 2023, ECLI:NL:GHARL:2023:5554 en het arrest van het hof van 8 september 2023, ECLI:NL:GHARL:2023:7561).
28 april 2020 (ECLI:NL:GHARL:2020:3336). Dit brengt mee dat aanleiding bestond tot het toekennen van een proceskostenvergoeding in administratief beroep.