ECLI:NL:GHARL:2024:4261

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
26 juni 2024
Publicatiedatum
26 juni 2024
Zaaknummer
Wahv 200.332.391/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • De Witt
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 WahvArt. 6:19 AwbArt. 6 EVRMArt. 11 WahvArt. 20 RVV 1990
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen sanctie voor snelheidsoverschrijding binnen de bebouwde kom

De betrokkene werd een sanctie van €160,- opgelegd wegens 17 km/u te hard rijden binnen de bebouwde kom op de Jutphasestraatweg te Nieuwegein. Hij stelde bezwaar in tegen de sanctie en voerde onder meer aan dat de snelheid niet juist was gemeten vanwege de afwezigheid van een zonebord en mogelijke verstoring door water nabij de meetlocatie.

Het hof oordeelde dat de snelheid juist was vastgesteld met een geijkt en goedgekeurd meetmiddel, de Truspeed LTI 20/20 lasergun, en dat de aanwezigheid van water geen invloed had op de meting. Tevens werd vastgesteld dat de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom 50 km/u is, ook zonder een zonebord ‘zone’ op het bord A1 70.

Verder concludeerde het hof dat de betrokkene niet correct was geïnformeerd over zijn recht op een hoorzitting in de administratieve fase, waardoor de sanctie met 25% werd gematigd. Ook werd de redelijke termijn overschreden, wat eveneens tot matiging leidde. De sanctie werd daarom verlaagd naar €80,-. Daarnaast werd een proceskostenvergoeding van €85,56 toegekend voor reiskosten.

Uitkomst: De sanctie voor snelheidsoverschrijding wordt gematigd tot €80,- en de proceskosten worden vergoed.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.332.391/01
CJIB-nummer
: 240134623
Uitspraak d.d.
: 26 juni 2024
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank
Midden-Nederland van 27 juni 2023, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
Er is daarnaast gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De zaak is behandeld op de zitting van 12 juni 2024. De betrokkene is verschenen.
De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door [naam1] .

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 160,- voor:
“17 km per uur harder rijden dan mag binnen de bebouwde kom”. Deze gedraging zou zijn verricht op 25 maart 2021 om 14:31 uur op de Jutphasestraatweg in Nieuwegein met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. Ter zitting heeft de advocaat-generaal aangevoerd dat de betrokkene in de fase van het administratief beroep niet op juiste wijze is gewezen op de mogelijkheid om te worden gehoord. Gelet hierop moet het bedrag van de sanctie worden gematigd met 25%. Deze beslissing betreft een beslissing als bedoeld in artikel 6:19, eerste lid, van de Awb die strekt ter vervanging van de beslissing van de officier van justitie op het administratief beroep.
3. De betrokkene voert aan dat de sanctie niet in stand kan blijven. Bij het binnenrijden van Nieuwegein wordt een zonebord ‘70’ gepasseerd. Dat het woord ‘zone’ op het bord ontbreekt, doet hieraan niet af. Ook aan de markering ‘50’ op het wegdek komt geen betekenis toe. Nu op andere plekken binnen de bebouwde kom wel een bord A1 50 is geplaatst, gaat het argument dat binnen de bebouwde kom zonder een bord ook een maximumsnelheid van 50 km/u geldt niet op. De opmerking van de ambtenaar dat ter plaatse de rijbaan niet afgescheiden is van de fietsstrook, is niet relevant en bovendien onjuist. Verder persisteert de betrokkene dat zijn dashcam een lagere snelheid aangaf. Door de betrokkene zijn eerder vragen en onnauwkeurigheden uiteengezet en aangekaart die zouden moeten nopen tot nader onderzoek van het meetmiddel. Zo is bijvoorbeeld niet gebleken of bij de ijking is nagegaan of de omvang van de kegel, zoals voorgeschreven, 2.5 millirad is.
4. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
5. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“De werkelijke snelheid stelde ik vast m.b.v. een voor de meting geteste, geijkte en op de voorgeschreven wijze gebruikte snelheidsmeter.
Gemeten (afgelezen) snelheid: 70.
Werkelijke (gecorrigeerde) snelheid: 67.
Toegestane snelheid: 50.
Overschrijding met: 17.
Merk/soort meetmideel: Truspeed LTI 20/20
Meetafstand: 279,00 m”
6. Het dossier bevat een aanvullend proces-verbaal d.d. 14 februari 2022 waarin onder meer is verklaard:
“Voordat wij een snelheidscontrole op de Jutphasestraatweg hielden, hadden wij de borden gecontroleerd. De meting die op de genoemde dag is verricht heeft geen invloed dat er langs een wateroppervlakte gemeten wordt. De meting wordt verricht op het kenteken en dat weerkaatst terug naar mijn lasergun. Als je Jutphasestraatweg inrijdt, zie je ook dat de bromfietsers op de rijbaan moeten rijden. Je hebt daar geen bord, dat betekent dus dat het om een binnen bebouwde kom gaat en dat daar 50 km/h de maximum snelheid is.”
7. Het dossier bevat ook een proces-verbaal van een verkeersspecialist van de politie waarin onder meer is verklaard:
“De vraag die hier dus eigenlijk centraal staat is, of en in hoeverre wateren invloed kunnen hebben op de juistheid van de meting wanneer er gemeten wordt met lasergun TRUSPEED LTI20/20. Wat hier door betrokkene wordt aangevoerd zou heel goed kunnen gelden voor het meten met een laser in water. Echter deze snelheidsmeting heeft niet plaatsgevonden in het water maar in de buitenlucht. Het aangevoerde met betrekking tot de algoritme is niet van toepassing; het is voor de bedienaar niet mogelijk om maar iets te veranderen aan de juiste werking van de laser. Immers, zou op deze manier de werking van een geijkt meetmiddel kunnen worden aangepast. Dit is niet mogelijk. Het door de politie gebruikte snelheidsmeetmiddel dient te voldoen aan de in het Concept voorschriften meetmiddelen politie genoemde eisen. Deze worden door het Nederlands Meetinstituut (NMi) gecontroleerd en als het meetmiddel daaraan voldoet, wordt het meetmiddel voorzien van een goedkeuring door het NMi. De gebruikte laser voldoet aan deze eisen en is een goedgekeurd en geijkt meetmiddel. Voor wat betreft de werking van de laser: zowel gewoon licht als laserlicht zijn elektromagnetische golven. Daarom reizen beiden met de snelheid van het licht (300.000 km/s of 3000.000.000 m/s). Laserlicht heeft echter zeer belangrijke en unieke eigenschappen die niet in de natuur voorkomen. Gewoon licht is divergent en onsamenhangend, terwijl laserlicht in hoge mate directioneel en coherent is. Gewoon licht is een mengsel van elektromagnetische golven met verschillende golflengten. Laserlicht is monochromatisch en kent maar een golflengte (coherent). Over het algemeen zijn de golven die door gewone lichtbronnen worden uitgezonden polychromatisch (golven met veel golflengten). De unieke eigenschappen van laserlicht, zoals coherentie, richting gevoeligheid en een klein frequentiebereik, zijn belangrijke voordelen voor lasertoepassing. Door deze unieke eigenschappen (monochromaan en coherent) weten we dat de bundel van deze laser elke 100 m. met 30 cm. toeneemt. Dus op een afstand van 200 m. heeft de bundel een breedte van 0,60 m. Uit het zaakoverzicht blijkt dat de verbalisant aangeeft dat het voertuig van de betrokkene zich op een afstand van 279,00 m. van de verbalisant bevond. De breedte van de bundel zou dan maximaal 0.90 m. (dit is de breedte overigens op 300 m.!) kunnen hebben. Dit zal dus inhouden dat de bundel 0,45 m. links en rechts van het richtpunt zit; dus ruim binnen de breedte van het door betrokkene bestuurde voertuig.”
8. Verder bevat het dossier een NMi-verklaring die betrekking heeft op het gebruikte meetmiddel.
9. Voor zover hier van belang luidt artikel 66 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) onder meer als volgt:
“1.Indien boven een verkeersbord het woord «zone» is aangebracht en een aanduiding van het gebied van de zone is toegevoegd, geldt het verkeersbord in het aldus aangeduide gebied.
2. Indien boven een verkeersbord het woord «zone» is aangebracht zonder aanduiding van het gebied van de zone, geldt het verkeersbord in een gebied dat wordt begrensd door het verkeersbord en een of meer in samenhang met dat verkeersbord geplaatste borden waarmee het einde van de zone wordt aangeduid.”
10. De betrokkene wordt verweten te hebben gehandeld in strijd met artikel 20, aanhef en onder a, van het RVV 1990 dat bepaalt dat binnen de bebouwde kom de maximumsnelheid 50 km/u bedraagt. Door middel van een plaatsnaambord (bord H1 van bijlage 1 bij het RVV 1990) wordt de bebouwde kom aangegeven. Binnen de bebouwde kom bedraagt de maximumsnelheid voor motorvoertuigen 50 km per uur, tenzij anders aangegeven. De betrokkene heeft een foto overgelegd, zonder aan te geven waar die foto precies is genomen, waarop onder een bord H1 Nieuwegein tegen een witte achtergrond een bord A1 70 is weergegeven. Gelet op het bepaalde in artikel 66 van Pro het RVV 1990 is hier van een zonebord geen sprake nu het woord ‘zone’ daarop ontbreekt. Niet gesteld, noch gebleken, is dat langs de binnen de bebouwde kom gelegen Jutphasestraatweg een bord A1 70 staat. Gelet hierop geldt in voornoemde straat de in artikel 20, aanhef en onder a, van het RVV 1990 genoemde maximumsnelheid van 50 km/u.
11. Het hof stelt voorop dat de wijze van ijking in een procedure als de onderhavige in beginsel niet ter beoordeling staat. In de vragen die de betrokkene hieromtrent opwerpt ziet het hof geen reden om te twijfelen aan de juiste werking van het meetmiddel. De gronden die zien op de verstoring van de meting door het wateroppervlakte, worden naar oordeel van het hof afdoende weerlegd in het proces-verbaal van de verkeersspecialist. Het hof ziet in de verdere ontkenning van de betrokkene geen reden te twijfelen aan de gegevens van de meting. De gedraging kan worden vastgesteld.
12. Het hof stelt vast dat de redelijke termijn van berechting als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) in eerste aanleg is overschreden. Gelet hierop zal het hof het bedrag van de sanctie verder matigen met 25 procent (vgl. het arrest van het hof van 28 juli 2023, vindplaats op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2023:6369).
13. Het hof acht termen aanwezig om een proceskostenvergoeding toe te kennen voor de reiskosten van de betrokkene voor het bijwonen van de zittingen bij de kantonrechter in Utrecht en dit hof. De reiskosten bedragen in totaal € 85,56 ( Duiven - Utrecht vv (= 2 x € 14,74) en Duiven - Leeuwarden vv (= 2 x € 28,04), openbaar vervoer, tweede klasse).

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;
verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gedeeltelijk gegrond;
wijzigt de inleidende beschikking, in zoverre dat het bedrag van de sanctie wordt gewijzigd in
€ 80,-;
bepaalt dat als de betrokkene op grond van artikel 11 van Pro de Wahv teveel zekerheid heeft gesteld, het meerdere door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 85,56‬.
Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Eskandari als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.