Uitspraak
Werkplek West,
IM,
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
2.De kern van de zaak
3.De beoordeling
4.De beslissing
dinsdag 30 juli 2024voor dagbepaling mondelinge behandeling;
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak tussen Werkplek West B.V. en IM Duurzaam B.V. gaat het om een geschil over betaling van facturen en herstelkosten van gebreken aan een bedrijfsverzamelgebouw. IM vorderde betaling van zes onbetaalde facturen, welke door de rechtbank werden toegewezen. Werkplek West stelde in hoger beroep een tegenvordering in voor herstelkosten, die zij later verhoogde via een eiswijziging.
IM maakte bezwaar tegen deze eisvermeerdering omdat deze te laat was ingediend en in strijd met de goede procesorde zou zijn. Het hof overwoog dat hoewel eiswijzigingen in hoger beroep in beginsel beperkt zijn, uitzonderingen mogelijk zijn bij instemming van de wederpartij of bij nieuwe feiten. In dit geval was er geen instemming en waren de nieuwe offertes waarop de eisvermeerdering was gebaseerd reeds lang na het eindvonnis beschikbaar, terwijl Werkplek West onvoldoende had toegelicht waarom zij niet eerder had gehandeld.
Daarom oordeelde het hof dat de tweede eisvermeerdering te laat was en de bezwaren van IM gegrond zijn. Het hof bepaalde dat in hoger beroep recht wordt gedaan op de vorderingen zoals geformuleerd in de memorie van grieven, en verwees de zaak naar een rolzitting voor verdere procedurele afhandeling.
Uitkomst: Het bezwaar van IM tegen de te late eisvermeerdering van Werkplek West is gegrond verklaard en de eisvermeerdering wordt buiten beschouwing gelaten.