In deze zaak staat het hoger beroep centraal tegen de beschikking van de kantonrechter waarin de ouders van verzoeker zijn ontslagen als bewindvoerders en mentoren, en twee professionele bewindvoerders en mentoren zijn benoemd. Verzoeker vordert in hoger beroep dat zijn moeder samen met een van de professionele bewindvoerders tot mentor wordt benoemd.
De kantonrechter had het ontslag van de ouders gerechtvaardigd vanwege communicatieproblemen en een verschil van inzicht met de Stichting die het bewind voerde. Inmiddels zijn deze problemen sterk verbeterd door de toevoeging van een professionele mentor als tussenpersoon en een duidelijke taakverdeling tussen de moeder en de bewindvoerder.
Verzoeker geeft aan tevreden te zijn met de samenwerking en hecht aan de betrokkenheid van zijn moeder vanwege vertrouwen en praktische ondersteuning. De professionele bewindvoerder stemt hiermee in. Het hof volgt dit verzoek en wijst toe dat de moeder per 1 februari 2024 mede mentor wordt naast de professionele bewindvoerder.
De beschikking van de kantonrechter wordt voor het overige bekrachtigd en de proceskosten worden gecompenseerd. De uitspraak onderstreept het belang van de voorkeur van de betrokkene bij de benoeming van een mentor, tenzij gegronde redenen zich daartegen verzetten.