Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.De procedure in eerste aanleg
2.De procedure in hoger beroep
- het beroepschrift met producties, ingekomen op 30 januari 2024;
- het verweerschrift tevens incidenteel hoger beroep met producties;
- een journaalbericht van mr. Van Kesteren van 2 april 2024 met productie 1;
- het verweerschrift in het incidenteel hoger beroep;
- een journaalbericht van mr. Van Kesteren van 24 mei 2024 met producties 15, 16 en 17;
- een journaalbericht van mr. Schyns van 24 mei 2024 met productie 17.
3.De feiten
- [de minderjarige1] ( [de minderjarige1] ), geboren [in] 2011 en
- [de minderjarige2] , geboren [in] 2013.
4.Het geschil
- bepalen dat de man met ingang van 1 januari 2023 zal bijdragen in de kosten van de verzorging en opvoeding van de minderjarige kinderen van partijen met een bedrag van € 300,- per kind per maand (totaal: € 600,- per maand);
- te bepalen dat de man met ingang van 1 januari 2024 zal bijdragen in de kosten van de verzorging en opvoeding van de minderjarige kinderen van partijen met een bedrag van € 318,60 per kind per maand (totaal: € 637,20 per maand);
5.De overwegingen voor de beslissing
6.De beslissing
- dat de man in de periode van 1 januari 2023 tot en met 31 december 2023 als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [de minderjarige1] en [de minderjarige2] € 300,- per kind per maand aan de vrouw dient te betalen;
- dat de man met ingang van 1 januari 2024 als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [de minderjarige1] en [de minderjarige2] € 318,60 per kind per maand aan de vrouw dient te betalen, de toekomstige termijnen telkens bij vooruitbetaling te voldoen;