ECLI:NL:GHARL:2024:4449

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
3 juli 2024
Publicatiedatum
3 juli 2024
Zaaknummer
Wahv 200.339.077/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:18 AwbWet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging boete voor onvoldoende lichtdoorlatendheid voorruit en zijruiten

De betrokkene kreeg een boete van €250 opgelegd vanwege een lichtdoorlatendheid van de voorruit en voorste zijruiten van minder dan 55%, vastgesteld op 18 februari 2022 op de Rijksweg A12 in Bunnik.

De betrokkene betwistte de meting en stelde dat het gebruikte meetmiddel niet betrouwbaar was, mede omdat een NMI-verklaring ontbrak. De gemachtigde vroeg herhaaldelijk om aanvullende stukken om de betrouwbaarheid te controleren, maar deze werden niet verstrekt. Navraag leerde dat de NMI-verklaring niet meer beschikbaar was.

Het hof oordeelde dat op grond van de Algemene wet bestuursrecht een NMI-verklaring niet noodzakelijk is, tenzij er gerede twijfel bestaat over het meetmiddel. De betrokkene leverde onvoldoende onderbouwing om die twijfel te rechtvaardigen. De kantonrechter had daarom terecht het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.

Het hof bevestigt de beslissing van de kantonrechter en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af. Het arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg.

Uitkomst: De boete van €250 voor onvoldoende lichtdoorlatendheid wordt bevestigd en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.339.077/01
CJIB-nummer
: 247641686
Uitspraak d.d.
: 3 juli 2024
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank
Midden-Nederland van 8 februari 2024, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is M.J.M. Bergers, kantoorhoudende te Maastricht.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 250,- voor:
“De lichtdoorlatendheid van voorruit/voorste zijruit(en) bedraagt minder dan 55%”. Deze gedraging zou zijn verricht op 18 februari 2022 om 15:20 uur op de Rijksweg A12 (A12) in Bunnik met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde voert aan dat de gedraging nadrukkelijk door de betrokkene wordt betwist. De betrokkene heeft de lichtdoorlatendheid bij het aanbrengen van de folie laten controleren. De gemachtigde heeft om die reden reeds tijdens de hoorzittingen in de fase van het administratief beroep de betrouwbaarheid van het gebruikte meetmiddel ter discussie gesteld en de officier van justitie verzocht om stukken aan het dossier toe te voegen om die betrouwbaarheid te kunnen controleren. Gedurende de gehele procedure is er geen gevolg geven aan het (herhaalde) verzoek van de gemachtigde. Thans blijkt dat op verzoek van de advocaat-generaal bij de betrokken ambtenaar navraag is gedaan naar de NMI-verklaring met betrekking tot het gebruikte meetmiddel en dan blijkt dat deze niet meer beschikbaar is. Dit betekent dat de betrokkene nog steeds niet de mogelijkheid heeft gehad om het meetmiddel op correcte werking te controleren. Onder die omstandigheden kan de inleidende beschikking niet in stand blijven. Indien in een vergelijkbare zaak voor een snelheidsovertreding een kalibratietabel of ijkrapport ontbreekt, kan de inleidende beschikking ook niet in stand blijven, aldus de gemachtigde.
3. Blijkens het zaakoverzicht heeft de ambtenaar de lichtdoorlatendheid van de voorste zijruiten van het voertuig gemeten met gebruikmaking van een voor de meting gekalibreerd, gecertificeerd en op de voorgeschreven wijze gebruikt meetmiddel van het merk Tintman.
4. Artikel 7:18, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) voorziet specifiek voor belanghebbenden in een recht om gedurende het administratief beroep de op de zaak betrekking hebbende stukken op te vragen bij het beroepsorgaan. Het gaat daarbij om stukken die nodig zijn om een boete op basis daarvan aan te vechten (vlg. ABRS 19 november 2014, ECLI:NL:RvS:2014:4129).
Andere documenten, zoals een NMI-verklaring of een ijkrapport, hoeven geen deel uit te maken van het dossier. Dat is slechts anders indien redelijkerwijs twijfel bestaat over de aspecten waarop die informatie betrekking heeft (vgl. het arrest van het hof van 25 april 2018, gepubliceerd op rechtspraak.nl onder ECLI:NL:GHARL:2018:3187).
5. Het hof stelt vast dat hetgeen de gemachtigde naar voren brengt, bij het ontbreken van enige onderbouwing, geen (gerede) twijfel doet ontstaan omtrent de betrouwbaarheid van het door de ambtenaar gebruikte meetmiddel. De enkele mededeling dat de betrokkene de lichtdoorlatendheid bij het aanbrengen van de folie heeft laten controleren is daartoe onvoldoende nu daaruit niet blijkt dat de lichtdoorlatendheid van de zijruiten destijds akkoord is bevonden. De vergelijking met een kalibratietabel in het kader van een snelheidsovertreding gaat niet op. Een dergelijke tabel is - anders dan een ijkrapport dan wel een NMI-verklaring - nodig voor de vaststelling van de gedraging. Dit betekent dat in dit geval geen (nadere) informatie omtrent het meetmiddel in de vorm van een NMI-verklaring aan het dossier behoeft te worden toegevoegd en hetgeen is aangevoerd geen reden vormt om te twijfelen aan de vaststelling van de gedraging. De kantonrechter heeft in het licht van hetgeen hiervoor is overwogen derhalve juist gereageerd op het hetgeen door de gemachtigde naar voren is gebracht. De aangevoerde grond faalt.
6. Het hof zal beslissen als hierna vermeld. Er bestaat geen aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Pullens als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.