Uitspraak
[verzoeker] ,
21-000565-18 en 21-001202-18, zijn de strafzaak en ontnemingszaak tegen verzoeker geëindigd;
€ 340,00 +
€ 5.693,80 (vijfduizend zeshonderddrieënnegentig euro en tachtig cent).
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Verzoeker, vervolgd wegens witwassen, heeft na onherroepelijke afsluiting van straf- en ontnemingszaken een verzoek ingediend tot vergoeding van kosten voor een financieel deskundige en de indiening van het verzoekschrift.
De verdediging stelde dat het deskundigenonderzoek noodzakelijk was om het bewijsvermoeden te weerleggen en dat het onderzoek het belang van de zaak heeft gediend, ook al was het niet volledig meegewogen in het oordeel van de rechter. De advocaat-generaal was van mening dat het rapport niet wezenlijk heeft bijgedragen aan het oordeel en het verzoek daarom moest worden afgewezen.
Het hof oordeelde dat het aanwenden van een financieel deskundige in een witwaszaak niet onredelijk is en dat het onderzoek het belang van het strafrechtelijk onderzoek heeft gediend door verdieping en verscherping van inzichten. Daarom acht het hof gronden van billijkheid aanwezig om een vergoeding toe te kennen, waarbij de vergoeding wordt vastgesteld conform de geldende tarieven en op een 50/50 basis tussen verzoeker en zijn partner.
Het hof kent een vergoeding toe van €5.693,80 en wijst het meerdere af. De beslissing is op 6 juni 2024 uitgesproken door de meervoudige raadkamer van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het hof kent verzoeker een vergoeding van €5.693,80 toe voor de kosten van de financieel deskundige en het verzoekschrift.