ECLI:NL:GHARL:2024:4648

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
15 juli 2024
Publicatiedatum
15 juli 2024
Zaaknummer
Wahv 200.337.930/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie voor onterecht claxonneren en weigering identiteitverstrekking

De betrokkene werd gesanctioneerd met een boete van €150,- wegens het geven van signalen op een andere wijze dan toegestaan, namelijk claxonneren zonder direct dreigend gevaar. Dit gebeurde op 5 september 2022 in Tilburg. De betrokkene en zijn gemachtigde voerden aan dat het claxonneren uit veiligheidsoverwegingen was en slechts eenmaal plaatsvond. De ambtenaar stelde echter dat er sprake was van herhaald luid claxonneren en een agressieve sfeer na het incident.

De ambtenaar kon de identiteit van de bestuurder niet vaststellen omdat de betrokkene niet meewerkte aan het tonen van zijn identiteitsbewijs. Ondanks dat de ambtenaar de bestuurder staande hield, was er geen reële mogelijkheid om de identiteit vast te stellen. Daarom werd de sanctie terecht aan de kentekenhouder opgelegd. De betrokkene voerde aan dat de sanctie ten onrechte op kenteken was gesteld en dat er geen sanctie was opgelegd voor het niet tonen van de ID-kaart, maar dit werd door het hof niet gevolgd.

Het hof oordeelde dat de verklaringen van de ambtenaar betrouwbaar zijn en dat de gedraging is vastgesteld. De kantonrechter had het beroep van de betrokkene terecht ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen. Het hof bevestigt deze beslissing en wijst het verzoek tot vergoeding af.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de sanctie van €150,- aan de kentekenhouder wegens onrechtmatig claxonneren en weigering identiteitverstrekking.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.337.930/01
CJIB-nummer
: 252497991
Uitspraak d.d.
: 15 juli 2024
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank
Zeeland-West-Brabant van 4 december 2023, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is F.R. Eggink, kantoorhoudende te Almelo.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard en het verzoek om een proceskostenvergoeding afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 150,- voor: “signalen geven in een ander geval of op een andere manier dan mag”. Deze gedraging zou zijn verricht op 5 september 2022 om 16.46 uur op de locatie Matterhornhoek in Tilburg met het voertuig met het (Belgische) kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene herhaalt in hoger beroep dat de betrokkene heeft geclaxonneerd uit veiligheid. De betrokkene heeft niet geclaxonneerd vanuit ongeduldigheid, maar voor een ieder die daar langs de kant van de weg stond, aangezien iedereen midden op de weg stond. Daar is een claxon voor bedoeld, maar er bleek ook een agent bij te staan die niet was gediend van deze actie en graag even wilde laten zien dat hij de lange arm van de wet is. De gemachtigde heeft een afbeelding van Google Street View bijgevoegd om te laten zien waar de agent stil stond, midden op de weg zonder alarmlichten. De betrokkene heeft slecht één keer getoeterd en niet zo overdreven zoals de agent beweert.
Daarnaast is de beschikking ten onrechte op kenteken uitgeschreven, terwijl de betrokkene is staande gehouden. De agent heeft met de betrokkene gesproken en had iets meer moeite moeten doen om op naam uit te schrijven en niet op kenteken omdat de betrokkene zijn ID-kaart niet wilde tonen. De ambtenaar had de betrokkene kunnen aanhouden, maar heeft dit nagelaten en de betrokkene heeft ook geen beschikking ontvangen voor het niet tonen van zijn ID-kaart waardoor het hele verhaal nogal mank is.
3. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Claxonneren anders dan het afwenden van direct dreigend gevaar. (…)
De reden dan niet staandegehouden is: De verdachte/betrokkene werkte niet mee. Aanleiding staandehouding was dat ik, verbalisant, met een burger in gesprek was. Zij stond in de weg van het voertuig. Hierop claxonneerde deze en gedroeg de hele familie zich onmiddellijk agressief richting mevrouw en mijzelf. Hierbij zijn betrokkenen uitgestapt en ons gaan filmen en beledigen. Ik heb meermaals het identiteitsbewijs van de bestuurder gevorderd. Hier werd geen gehoor aan gegeven. De verdachte/betrokkene was agressief. ”
5. Verder bevat het dossier een aanvullend proces-verbaal van de ambtenaar, een buitengewoon opsporingsambtenaar van de gemeente Tilburg. Deze verklaart onder meer dat hij samen met een collega-student op 5 september 2022 wachtte op politieassistentie omdat een gestolen scooter was aangetroffen. Tijdens het wachten werden zij benaderd door een buurtbewoner met een kwestie. Terwijl zij in gesprek waren arriveerde de auto van de betrokkene. De ambtenaar verklaart verder onder meer:
“ De bestuurder kon niet verder rijden omdat wij in de weg stonden, wat resulteerde in herhaald luid claxonneren. Er was op dat moment geen sprake van een direct gevaarlijke situatie, maar eerder van ongeduld, naar mijn mening. (…) Direct daarna stapten alle inzittenden uit het voertuig, wat resulteerde in een gespannen sfeer. Ik werd omringd door de inzittenden, evenals familieleden en vrienden die uit een nabijgelegen woning kwamen om zich ermee te bemoeien. Mijn enige verzoek was of ze heel even geduld konden hebben, aangezien de betrokken mevrouw snel verder wilde gaan met haar reis.
Ik verzocht de bestuurder om zijn identiteitsbewijs te tonen, maar dit verzoek werd niet ingewilligd. Op een gegeven moment stond een van de betrokkenen vlak voor me, gedroeg zich agressief en wilde zijn baby aan mij overdragen om een confrontatie aan te gaan. In dat kritieke moment besloot ik om mijn bevoegdheid om aan te houden niet uit te oefenen. Dit besluit nam ik vanwege de dreigende situatie, het grote aantal personen dat zich tegenover ons bevond, en het gebrek aan ondersteuning, zoals ik inschatte.”
6. Wat namens de betrokkene is aangevoerd, komt in feite neer op een enkele ontkenning van de gedraging. Het hof ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaringen van de ambtenaar, waaruit volgt dat er geen sprake was van een direct gevaarlijke situatie. De gedraging kan worden vastgesteld.
7. Uit artikel 5 van Pro de Wahv volgt het uitgangspunt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd, de ambtenaar de bestuurder staande houdt en zijn identiteit vaststelt, zodat hem een sanctie kan worden opgelegd. Slechts wanneer er geen reële mogelijkheid is geweest om de identiteit van de bestuurder aanstonds vast te stellen, mag de sanctie aan de kentekenhouder worden opgelegd.
8. De ambtenaar heeft de bestuurder van het voertuig weliswaar staande gehouden, maar deze persoon wilde vervolgens niet meewerken bij het verstrekken van zijn personalia. Onder die omstandigheden kan niet worden gezegd dat de ambtenaar een reële mogelijkheid heeft gehad om de identiteit van de bestuurder vast te stellen en heeft hij de sanctie terecht aan de betrokkene als kentekenhouder opgelegd. Anders dan de gemachtigde heeft aangevoerd, kan in een situatie als deze, waarin de bestuurder en omstanders zich agressief gedragen, niet van de ambtenaar worden verwacht dat hij ‘iets meer moeite doet’ om de identiteit te controleren. De sanctie is terecht aan de betrokkene als kentekenhouder opgelegd. Het hof ziet overigens niet in hoe de omstandigheid dat aan de betrokkene geen sanctie is opgelegd voor het niet tonen van een identiteitsbewijs diens betoog kan ondersteunen. De ambtenaar kan een dergelijke sanctie immers niet opleggen als de personalia niet bekend zijn. Deze omstandigheid ondersteunt juist de verklaring van de ambtenaar dat het niet mogelijk is gebleken om de identiteit van de persoon vast te stellen. Daarnaast valt uit dit verweer af te leiden dat dat de bestuurder en de kentekenhouder kennelijk dezelfde persoon zijn, zodat ook niet valt in te zien hoe de betrokkene door deze gang van zaken in zijn belangen is geschaad.
9. Gelet op het voorgaande heeft de kantonrechter het beroep terecht ongegrond verklaard. Het hof zal die beslissing daarom bevestigen en het verzoek om een proceskostenvergoeding afwijzen.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Wijmenga als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.