ECLI:NL:GHARL:2024:4650

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
15 juli 2024
Publicatiedatum
15 juli 2024
Zaaknummer
Wahv 200.336.522/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • mr. De Witt
  • mr. Van der Zee-Venema
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging van de beslissing van de kantonrechter inzake negeren inhaalverbod door vrachtwagenchauffeur

In deze zaak heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 15 juli 2024 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam. De zaak betreft een administratieve sanctie opgelegd aan de betrokkene, een GmbH, voor het negeren van een inhaalverbod voor vrachtauto's. De sanctie van € 250,- was opgelegd op basis van een inleidende beschikking, waarbij de gedraging zou hebben plaatsgevonden op 20 juli 2022 om 15:35 uur op de A29 in Numansdorp. De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld en betwist dat de betrokkene het inhaalverbod heeft genegeerd. Hij voerde aan dat het voertuig op het tijdstip van de overtreding bij een tankstation stond, wat de mogelijkheid uitsluit dat de betrokkene het inhaalverbod heeft genegeerd.

Het hof heeft de argumenten van de gemachtigde beoordeeld en vastgesteld dat de gegevens waarop de sanctie is gebaseerd, voldoende zijn om de gedraging vast te stellen. Het hof oordeelde dat de vermelding van de hectometerpaal en het tijdstip slechts indicatief zijn en dat de betrokkene niet in zijn verdedigingsbelangen is geschaad door de onduidelijkheid hierover. De beslissing van de kantonrechter om de sanctie te matigen tot € 187,50 en het verzoek om proceskostenvergoeding toe te wijzen tot € 837,- werd bevestigd, met verbetering van gronden. Het hof wees het verzoek om vergoeding van proceskosten af, omdat er geen aanleiding was om te twijfelen aan de vaststelling van de gedraging.

De uitspraak benadrukt dat administratieve sancties op basis van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) kunnen worden opgelegd indien de gedraging voldoende blijkt uit de beschikbare gegevens, en dat de betrokkene voldoende gelegenheid moet hebben om zich te verdedigen, ook al zijn niet alle details exact.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.336.522/01
CJIB-nummer
: 251047955
Uitspraak d.d.
: 15 juli 2024
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam van 30 november 2023, betreffende

[de betrokkene] GmbH (hierna: de betrokkene),

gevestigd te [vestigingsplaats] (Duitsland).
De gemachtigde van de betrokkene is M.J.M. Bergers, kantoorhoudende te Maastricht.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaard, die beslissing vernietigd, het beroep tegen de inleidende beschikking gedeeltelijk gegrond verklaard en de inleidende beschikking gewijzigd in die zin dat de sanctie wordt gematigd tot € 187,50. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is toegewezen tot een bedrag van € 837,-.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 250,- voor: “negeren van een inhaalverbod vrachtauto’s: bord F3”. Deze gedraging zou zijn verricht op 20 juli 2022 om 15:35 uur op de A29 in Numansdorp met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene betwist dat de betrokkene het inhaalverbod heeft genegeerd. Hij voert aan dat de overweging van de kantonrechter dat niet aannemelijk is dat het pinbewijs van de betrokkene is, absurd is. De gemachtigde stelt dat uit het pinbewijs blijkt dat het voertuig van de betrokkene bij de Shell stond en het daarom niet zo kan zijn dat hij op de pleeglocatie een inhaalverbod heeft genegeerd. Zeker een vrachtwagen moet ruim voorafgaand aan het nemen van een afrit naar een tankstation al op de linkerbaan rijden omdat hij anders niet meer tijdig terug naar rechts kan om de afrit te nemen. Ook als een vrachtwagen de autosnelweg weer op gaat, zal deze zich ook niet op de linker rijbaan bevinden kort na het tankstation. Dat het tijdstip en de pleeglocatie niet hoeven te kloppen, maar enkel een indicatie zijn, maakt dat de ambtenaar daar desgevraagd in zijn aanvullend proces-verbaal wel nader op in had mogen gaan. De betrokkene kan zich in deze zaak niet afdoende verweren, omdat het ruim voor en na het tankstation onmogelijk is om een inhaalverbod te negeren aangezien de betrokkene heeft getankt.
3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Ik zag dat het een permanent ingesteld inhaalverbod betrof. Onderbord spitsverbod (ma-vr 06.00-10.00/15.00-19.00).
Ter hoogte van hectometerpaal/pandnummer: 94.5R.”
5. Het dossier bevat daarnaast een aanvullend proces-verbaal van 6 oktober 2023. Hierin verklaart de ambtenaar het volgende:
“Op 6 oktober 2023 ontving ik van het openbaar ministerie het verzoek tot een aanvullend proces-verbaal. Hierin werd de vraag gesteld of het voertuig die dag, 20 juli 2022, bij de Shell had gestaan.
Het antwoord hierop is dat dit mij onbekend is. Mij is wel bekend dat deze overtreding daadwerkelijk is gepleegd op de genoemde locatie. Tijdens/bij het constateren van het feit is er een beschikking uitgeschreven voor de gepleegde gedraging. Dit staat los van het feit waar de betrokkene daarna of daarvoor is geweest. Ik, als verbalisant, ken immers niet de rijroute van de betrokkene en heb alleen een overtreding gesignaleerd en hiervoor een terecht proces-verbaal uitgeschreven voor de gepleegde gedraging. Het is mij tevens ambtshalve bekend dat er diverse borden staan die wijzen op het inhaalverbod op deze weg, dus dit heeft de betrokkene daadwerkelijk genegeerd waardoor hij bij constatering een beschikking heeft gekregen.
6. Namens de betrokkene is een schermafdruk van een pintransactie overgelegd. Hieruit blijkt dat er op 22 juli 2022 om 15:36 een pinbetaling is gedaan bij Shell Buttervliet in Numansdorp.
7. De ambtenaar heeft aangegeven dat de gedraging ‘ter hoogte van hectometerpaal 94.5R’ plaatsvond. Hiermee wordt niet bedoeld dat de gedraging precies bij deze hectometerpaal heeft plaatsgevonden, maar is een indicatie waar op de A29 de gedraging werd verricht. Voor het tijdstip dat is vermeld in de inleidende beschikking geldt ook dat dit tijdstip slechts bedoeld is om de betrokkene te kunnen laten nagaan wanneer de gedraging ongeveer is verricht. Dat kan daarom enigszins afwijken van het werkelijke tijdstip waarop de gedraging is verricht. Uit raadpleging van Google Street View blijkt dat de betreffende hectometerpaal zich ter hoogte van Shell Buttervliet in Numansdorp bevindt. Het hof wil - anders dan de kantonrechter heeft gedaan – wel aannemen dat het voertuig op het tijdstip dat is vermeld in de inleidende beschikking bij de Shell stond en daardoor de betreffende hectometerpaal niet is gepasseerd. Dit betekent nog niet dat de inleidende beschikking niet in stand kan blijven. Niet is gebleken dat de betrokkene in zijn verdedigingsbelangen is geschaad doordat het tijdstip van de gedraging en de in het zaakoverzicht vermelde hectometerpaal niet exact kloppen. De inleidende beschikking bevat in dit geval voldoende informatie voor de betrokkene om zich op adequate wijze te verdedigen.
8. Het hof ziet in wat de gemachtigde aanvoert geen reden eraan te twijfelen dat de gedraging is verricht. Dat het voertuig van de betrokkene op de pleegdatum om 15:36 uur bij de Shell stond, ondersteunt juist, zoals de advocaat-generaal terecht opmerkt, de verklaring van de ambtenaar dat het voertuig rond het tijdstip waarop de gedraging is geconstateerd op de A29 in Numansdorp reed. Dat een vrachtwagen niet net voor of na de afrit op de linker rijbaan kan hebben gereden, doet hier niet aan af. Gelet hierop kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht.
9. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen met verbetering van gronden. Er is geen aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter, met verbetering van gronden;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Van der Zee-Venema als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.