ECLI:NL:GHARL:2024:4657

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
15 juli 2024
Publicatiedatum
15 juli 2024
Zaaknummer
Wahv 200.338.661/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Beswerda
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie wegens overtreden verkeersvoorschrift ondanks poging tot staandehouding

De betrokkene kreeg een sanctie opgelegd wegens het rijden links van een doorgetrokken streep op een provinciale weg. De betrokkene voerde in hoger beroep aan dat de ambtenaar onvoldoende had gedaan om hem staande te houden, omdat alleen de bijrijdster werd aangesproken en de politielegitimatie werd getoond zonder direct contact met de bestuurder.

Het hof oordeelt dat de ambtenaar conform artikel 5 Wahv Pro voldoende heeft gedaan door zijn legitimatie te tonen en gebaren te maken naar de bijrijdster om het raam te openen. De bestuurder had dit als een verzoek tot contact kunnen interpreteren, maar koos ervoor dit te negeren en weg te rijden.

Gezien de situatie bij een druk kruispunt met meerdere rijstroken en een maximumsnelheid van 80 km/h, was het volgens het hof begrijpelijk dat de ambtenaar niet verder kon gaan dan dit. De kantonrechter had daarom terecht de sanctie gehandhaafd en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de sanctie en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.338.661/01
CJIB-nummer
: 245049968
Uitspraak d.d.
: 15 juli 2024
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank OostBrabant van 29 januari 2024, betreffende

[de betrokkene] B.V. (hierna: de betrokkene),

gevestigd te [vestigingsplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te Beegden.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gedeeltelijk gegrond verklaard en de sanctie gematigd tot een bedrag van € 187,50. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is toegewezen tot een bedrag van € 437,50.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 250,- voor: “als bestuurder zich links van doorgetrokken streep bevinden (streep tussen verkeer in beide richtingen”. Deze gedraging zou zijn verricht op 3 oktober 2021 om 13:27 uur op de Provinciale Weg in Asten met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de ambtenaar op generlei wijze aan de bestuurder kenbaar heeft gemaakt dat hij hem staande wilde houden. De ambtenaar toonde zijn politielegitimatie aan de bijrijdster en verder deed hij niets tegen de bestuurder. De ambtenaar maakte volgens de gemachtigde niet eens contact met de bestuurder. De ambtenaar had tijd genoeg om tot staandehouding over te gaan in plaats van een foto te maken en contact met de bijrijdster te leggen. Dat er achter de ambtenaar werd geclaxonneerd levert volgens de gemachtigde geen gevaar op want hij -de bestuurder- en de claxonneerders stonden stil.
3. Uit artikel 5 van Pro de Wahv volgt het uitgangspunt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd, de ambtenaar de bestuurder staande houdt en zijn identiteit vaststelt, zodat hem een sanctie kan worden opgelegd. Slechts wanneer er geen reële mogelijkheid is geweest om de identiteit van de bestuurder aanstonds vast te stellen, mag de sanctie aan de kentekenhouder worden opgelegd.
4. Het hof is van oordeel dat de kantonrechter op juiste gronden heeft beslist dat gelet op de verklaring van de ambtenaar al dat van hem verwacht mocht worden heeft gedaan om de bestuurder staande te houden. Van die verklaring zijn reeds de relevante passages opgenomen in de bestreden beslissing. Tegen deze passages heeft de gemachtigde opgeworpen dat de ambtenaar op generlei wijze aan de bestuurder kenbaar heeft gemaakt dat hij hem wilde staande houden. De ambtenaar heeft bij het stoplicht zijn politielegitimatie getoond en aan de bijrijdster gebaren gemaakt dat zij het raam moesten openen. De bestuurder had dit naar het oordeel van het hof redelijkerwijs kunnen zien en interpreteren als een verzoek tot contact. Uit de verklaring van de ambtenaar volgt echter dat de bestuurder er voor heeft gekozen om de ambtenaar te negeren door stoïcijns voor zich uit te kijken, niets te zeggen en kort daarna weg te rijden. Niet valt in te zien wat de ambtenaar nog meer had kunnen doen. Verder merkt het hof nog op dat het voertuig van de betrokkene en de voertuigen die zich daarachter bevonden, weliswaar stilstonden, maar dat het hof heel goed de opmerking van de ambtenaar kan begrijpen dat te lang stilstaan en/of naar de bestuurderszijde te lopen onveilig zou zijn geweest. Uit het dossier volgt namelijk dat het hier gaat om een kruispunt met meerdere rijstroken op een weg waar 80 km/h mag worden gereden.
5. De aangevoerde grond faalt en dat betekent dat de beslissing van de kantonrechter zal worden bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Beswerda, in tegenwoordigheid van mr. Pranger als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.