Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- het beroepschrift met producties, ingekomen op 1 februari 2024;
- het verweerschrift met producties;
- een journaalbericht van mr. Van de Gevel van 15 mei 2024 met producties VII en VIII;
- een journaalbericht van mr. Kotterman van 17 mei 2024 met producties A tot en met D;
- een journaalbericht van mr. Kotterman van 20 mei 2024 met productie E;
- een journaalbericht van mr. Van de Gevel van 28 mei 2024 met producties IX en X, en
- een journaalbericht van mr. Van de Gevel van 29 mei 2024 met producties XI en XII.
3.De feiten
- bepaald dat [de minderjarige] zijn hoofdverblijfplaats bij de vrouw heeft;
- bepaald dat de man € 100 per maand aan de vrouw zal betalen als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [de minderjarige] , met ingang van 3 november 2023 en vervolgens telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
- bepaald dat de man met ingang van de dag dat de echtscheidingsbeschikking is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand huurder zal zijn van de woning aan de [adres] in [woonplaats1] ;
- de wijze van verdeling van de ontbonden gemeenschap van goederen van partijen gelast en
- de vrouw verplicht om aan de man € 12.000 te betalen.
- bepaald dat iedere partij de eigen kosten van de procedure draagt, en
- het meer of anders verzochte afgewezen.