ECLI:NL:GHARL:2024:4865
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging afwijzing verzoek wettelijke schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende inzicht schuldenlast
Appellant heeft bij de rechtbank een verzoek ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp) om een faillissement af te wenden. De rechtbank wees dit verzoek af omdat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij te goeder trouw was ten aanzien van het ontstaan van zijn schulden en onvoldoende inzicht gaf in de omvang van zijn schuldenlast.
In hoger beroep betoogt appellant dat zijn schulden zijn ontstaan door misbruik van een derde bestuurder die betrokken was bij zijn ondernemingen. Hij stelt dat hij te goeder trouw heeft gehandeld en betalingsregelingen heeft getroffen met schuldeisers. Het hof heeft echter vastgesteld dat appellant onvoldoende inzicht heeft gegeven in de exacte omvang van zijn schulden, de aard van de vorderingen en de lopende gerechtelijke procedures.
Daarnaast heeft appellant niet aannemelijk gemaakt dat hij de omstandigheden die tot de schulden hebben geleid onder controle heeft gekregen. Het hof concludeert dat appellant niet voldoet aan de vereisten van artikel 288 lid 1 Fw Pro en dat ook de hardheidsclausule niet van toepassing is. Daarom wordt het vonnis van de rechtbank bekrachtigd en het verzoek tot toepassing van de Wsnp afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst het verzoek tot toepassing van de Wsnp af wegens onvoldoende inzicht in de schuldenlast en het ontbreken van goede trouw.