ECLI:NL:GHARL:2024:4954

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
30 juli 2024
Publicatiedatum
30 juli 2024
Zaaknummer
Wahv 200.336.096/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:19 AwbArt. 2 WahvArt. 3 WahvArt. 62 RVV 1990Art. 68 RVV 1990
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie wegens doorrijden bij rood verkeerslicht na hoger beroep

De betrokkene kreeg een sanctie van €250 opgelegd voor het doorrijden bij een rood verkeerslicht op 22 juli 2022. De kantonrechter verklaarde het beroep van de betrokkene ongegrond. In hoger beroep voerde de gemachtigde van de betrokkene diverse bezwaren aan, waaronder schending van de hoorplicht, onrechtmatigheden in de procedure en het niet erkennen van vingerafdruk als handtekening.

Het hof overwoog dat de kantonrechter de gronden van het beroep voldoende had betrokken en dat de sanctie terecht was opgelegd op basis van duidelijke foto’s waarop het voertuig het rode licht passeerde. Het hof wees het verzoek af om de ambtenaar als getuige te horen, omdat dit niet noodzakelijk was.

De boete werd door de advocaat-generaal met 25% gematigd vanwege schending van de hoorplicht, waardoor het bedrag op €187,50 kwam. Het hof bevestigde de beslissing van de kantonrechter en benadrukte dat de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) geldt voor iedereen binnen Nederland, ongeacht contractuele of andere bezwaren.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de boete van €187,50 wegens doorrijden bij rood licht en wijst het hoger beroep af.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.336.096/01
CJIB-nummer
: 251230322
Uitspraak d.d.
: 30 juli 2024
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank
Noord-Holland van 26 september 2023, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
Voor wie als gemachtigde optreedt de heer [naam1] , wonende te [woonplaats] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Hierbij is gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft van de geboden gelegenheid daarop te reageren geen gebruik gemaakt.
Op 9 juli 2024 is nog een brief van de gemachtigde van de betrokkene ontvangen. Een kopie daarvan is toegestuurd aan de advocaat-generaal.
De zaak is behandeld op de zitting van 16 juli 2024. De gemachtigde van de betrokkene is, zoals vooraf aangekondigd, niet verschenen. De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door
[naam2] .

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 250,- voor: “doorgaan bij een driekleurig verkeerslicht (stoplicht) dat op rood staat”. Deze gedraging zou zijn verricht op 22 juli 2022 om 16.50 uur op de N200 Haarlemmerweg in Halfweg met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. Ter zitting heeft de vertegenwoordiger van de advocaat-generaal naar voren gebracht dat is besloten om het bedrag van de sanctie met 25 procent te matigen wegens schending van de hoorplicht door de officier van justitie, te weten tot een bedrag van € 187,50. Deze beslissing betreft een beslissing als bedoeld in artikel 6:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) die strekt ter vervanging van de beslissing van de officier van justitie op het administratief beroep.
3. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat uit de beslissing van de kantonrechter blijkt dat op geen enkele wijze gehoor of aandacht is gegeven aan de feiten die onweerlegbaar bleken door de kantonrechter en de officier van justitie. De kantonrechter en de officier van justitie vonden zichzelf in een tunnelvisie van doofheid en dominantie. Er mocht geen opname worden gemaakt als bewijs van de verrichte daden, die tegen de onrechtvaardige, recht en wet overtredende kantonrechter en officier van justitie zelf kan worden gebruikt in het hoger beroep. De gemachtigde vindt het zeer hypocriet hoe hij als vrij mens wel overal mag worden geflitst, opgenomen, gevolgd en getrackt, maar de ambtenaar zelf niet. Het gezegde luidt: regels voor gij maar niet voor mij. Het affidavit is zowel door de kantonrechter als de officier van justitie op geen enkel punt weerlegd en staan gegrond in het recht, dat de kantonrechter en de officier van justitie duidelijk zelf aan hun laars lapten. De gemachtigde verzoekt inzicht tot bewijs van elke vorm van schade of geleden schade, zowel bewijs van afgesloten contracten en/of overeenkomsten met partijen die hem geld afhandig proberen te maken op criminele wijze en diverse misdrijven plegen jegens hem en de voertuigeigenaar. Zonder exceptie dienen alle geregistreerde rechtspersonen zich aan het contract en handelsrecht te houden die onderworpen zijn aan de Staat der Nederlanden, of internationaal geregistreerd staan als handelend rechtspersoon. De gemachtigde van de betrokkene voert voorts aan dat het hoger beroepschrift was ondertekend door middel van een legitieme vingerafdruk. Een vingerafdruk is geldig als handtekening. De artikelen uit het bestuursrecht waarnaar verwezen wordt, zijn helemaal niet van toepassing op de gemachtigde. Alle machtigingen tot bestuur zijn opgezegd in 2021. De officiële akte hiervan ligt in het gemeentehuis, bij de kiesraad en bij de burgemeester van Amsterdam. De gemachtigde wil in hoger beroep nogmaals benadrukken dat er geen schade is geleden en er geen wetten uit het strafrecht zijn overtreden. Alle rechtshandelingen buiten het strafrecht vallen onder het contract en handelsrecht. Het CJIB noch de rechtbank zijn daar boven verheven. De gemachtigde is niet vrijwillig in contract gegaan met het CJIB, de rechtbank, justitie of politie en heeft zeker geen toestemming of akkoord gegeven in welke rechtshandeling dan ook met betrekking tot de eigenaar of bestuurder van het betreffende voertuig. Dwang, afpersing, diefstal en fraude zijn strafbare feiten die dagelijks worden overtreden door zowel de rechtbank als het CJIB. De gemachtigde deelt verder mee dat het bedrag van € 259,- op geen enkele wijze zal worden betaald. Tot slot verzoekt de gemachtigde de ambtenaar op te roepen voor de zitting.
4. Voor zover de gemachtigde betoogt dat de kantonrechter de gronden van beroep onvoldoende in zijn oordeel heeft betrokken, overweegt het hof dat uit de beslissing van de kantonrechter blijkt dat zowel de standpunten van de gemachtigde als de overwegingen die aan de beslissing ten grondslag zijn gelegd zijn weergegeven. Uit de beslissing blijkt dat de kantonrechter op basis van de stukken in het dossier - met name de flitsfoto - heeft vastgesteld dat de gedraging is verricht. Verder heeft de kantonrechter overwogen dat hij in hetgeen de gemachtigde heeft aangevoerd geen reden ziet om de boete te matigen. Het hof is van oordeel dat de kantonrechter voldoende heeft gerespondeerd op de gronden van de gemachtigde en dat hij zijn beslissing deugdelijk heeft gemotiveerd. Ten aanzien van de (overige) klachten van de gemachtigde over de gang van zaken ter zitting van de kantonrechter, merkt het hof op dat deze buiten het bereik van deze procedure vallen. Het hof gaat hieraan dan ook voorbij.
5. Het hof stelt voorop dat een ieder die in Nederland woont, leeft of verblijft zich dient te houden aan de in Nederland geldende regels. In deze zaak is een sanctie van € 250,- opgelegd wegens het doorgaan bij een driekleurig verkeerslicht dat rood licht uitstraalt. De gedraging is strafbaar gesteld in artikel 62 juncto Pro artikel 68 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990. Op grond van artikel 2, eerste lid, van de Wahv kunnen gedragingen als deze met oplegging van een administratiefrechtelijke sanctie worden afgedaan. Deze wet is binnen de Nederlandse rechtsorde op democratische wijze tot stand gekomen en geldt op het grondgebied van Nederland. De omstandigheid dat de gemachtigde en de betrokkene niet (vrijwillig) een contract hebben gesloten met het CJIB, de rechtbank, justitie of politie en alle machtigingen tot bestuur in 2021 zijn opgezegd, maakt niet dat de Wahv niet voor hen geldt.
6. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
7. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“De overtreding is met roodlichtapparatuur geautomatiseerd op twee digitale foto’s vastgelegd.
Foto 1: Het betreffende voertuig activeert de radardetectie of de lus achter de stopstreep van het rode verkeerslicht. Op het moment van constatering brandde het rode licht reeds 1,2 seconden.
Foto 2: Circa een seconde later. Op foto 2 is duidelijk te zien dat het voertuig verder is gereden.”
8. Het dossier bevat twee foto’s van de gedraging. Op beide foto’s is te zien dat het verkeerslicht rood licht uitstraalt. Op de eerste foto is te zien dat het voertuig van de betrokkene zich met de voorwielen op de stopstreep bevindt. Op de tweede foto is te zien dat dit voertuig verder is gereden en zich voorbij het verkeerslicht bevindt. Uit de gegevens in de databalk onder de foto’s blijkt dat het verkeerslicht 1,2 seconden rood licht uitstraalde toen de eerste foto werd genomen en 2,2 seconden toen de tweede foto werd genomen, terwijl het verkeerslicht daarvoor 3,5 seconden geel licht had gestraald.
9. Het hof is van oordeel dat op basis van de foto’s en de gegevens in het zaakoverzicht kan worden vastgesteld dat het voertuig het verkeerslicht is gepasseerd, terwijl het rood licht uitstraalde. De gedraging kan dan ook worden vastgesteld. Dat er volgens de gemachtigde van de betrokkene geen schade is geleden en geen wetten uit het Wetboek van Strafrecht zijn overtreden, doet hier niet aan af.
10. Met betrekking tot het verzoek om de ambtenaar op te roepen om als getuige ter zitting te worden gehoord overweegt het hof dat de gemachtigde niet heeft onderbouwd waarom het horen van de ambtenaar ter zitting nodig is en geven de aangevoerde gronden geen aanleiding tot feitelijke vragen die op basis van het dossier niet kunnen worden beantwoord. Het hof wijst het verzoek daarom af.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Werdmüller von Elgg als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.