Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
Noord-Nederland van 31 juli 2023, betreffende
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De betrokkene werd beboet voor het rijden met 39 km/u te hard op de autosnelweg A28. De snelheid werd gemeten met een gekalibreerde boordsnelheidsmeter in een dienstvoertuig dat voor het voertuig van de betrokkene reed. De kantonrechter verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat de gemachtigde geen nadere beroepsgronden had ingediend.
De gemachtigde stelde dat het beroepschrift wel tijdig was ingediend en dat de snelheidsmeting onbetrouwbaar was omdat sprake zou zijn van een geschatte snelheid. Het hof vernietigde de beslissing van de kantonrechter wegens aannemelijkheid van tijdige indiening van nadere gronden en nam zelf de beoordeling over.
Het hof oordeelde dat de meting rechtsgeldig was, ook al reed het meetvoertuig voor het gemeten voertuig en werd de snelheid over 800 meter gemeten. De geschatte snelheid van 160 km/u was niet de basis voor de sanctie, die was gebaseerd op de gecorrigeerde snelheid van 139 km/u. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de boete wegens 39 km/u te hard rijden wordt ongegrond verklaard en de boete gehandhaafd.