Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
artikel 530van het Wetboek van Strafvordering van:
[appellant] ,
Procesgang
Beoordeling van het verzoek
1.988
BESLISSING
1.988,00 (duizend negenhonderdachtentachtig euro).
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Appellant verzocht om vergoeding van kosten rechtsbijstand en kosten van het verzoekschrift na een staandehouding in verband met een schietincident. Hoewel appellant niet formeel als verdachte was aangemerkt, werd hij behandeld als een verdachte doordat opsporingshandelingen zoals kledingonderzoek, doorzoeking van de auto en inbeslagname van de telefoon plaatsvonden.
De rechtbank verklaarde het verzoek niet-ontvankelijk, maar het hof oordeelde dat appellant als een 'gewezen verdachte' in de zin van artikel 530, tweede lid, Sv kan worden beschouwd. Hierdoor komt appellant recht op vergoeding van de kosten van rechtsbijstand uit de rijkskas.
Het hof kende een vergoeding toe van €968 voor de kosten van de raadsvrouw en €1020 voor het behandelen van het verzoekschrift, totaal €1988. De beschikking van de rechtbank werd vernietigd en het verzoek in zoverre toegewezen.
De uitspraak benadrukt dat de formele status van verdachte niet doorslaggevend is wanneer opsporingshandelingen als bij een verdachte zijn verricht, en dat onder bijzondere omstandigheden vergoeding kan worden toegekend.
Uitkomst: Het hof kent appellant een vergoeding van €1988 toe voor kosten rechtsbijstand en behandeling verzoekschrift.