In deze zaak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter die het verzoek om de mentor te ontslaan heeft afgewezen. Verzoeker stelde dat er sprake is van een vertrouwensbreuk en miscommunicatie met de mentor, mede door een taalbarrière, en wenste benoeming van een andere mentor.
Het hof heeft onderzocht of er gewichtige redenen zijn voor ontslag van de mentor. Uit het dossier en de mondelinge behandeling blijkt dat verzoeker positieve ontwikkelingen heeft doorgemaakt onder het mentorschap, zoals zelfstandig wonen, gesaneerde schulden, een inkomen en dagbesteding. De mentor ziet toe op de benodigde medische zorg en functioneert professioneel.
Hoewel verzoeker het niet eens is met een eerder diagnostisch onderzoek, is niet gebleken dat de mentor haar wettelijke verplichtingen niet nakomt. De mentor heeft een nieuw onderzoek voorgesteld, maar verzoeker werkt hier niet aan mee. De samenwerking tussen mentor en bewindvoerder verloopt goed.
Het hof concludeert dat de kantonrechter een juiste beslissing heeft genomen door het verzoek tot ontslag van de mentor af te wijzen. Omdat het hof geen aanleiding ziet voor ontslag, beoordeelt het niet het verzoek om een opvolgend mentor te benoemen. De beschikking van 6 oktober 2023 wordt bekrachtigd.