ECLI:NL:GHARL:2024:5065

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
6 augustus 2024
Publicatiedatum
6 augustus 2024
Zaaknummer
Wahv 200.336.414/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 13 WahvArt. 14 WahvArt. 6:24 AwbArt. 6:7 AwbArt. 6:8 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring wegens verkeerd CJIB-nummer bij zekerheidstelling

De betrokkene stelde binnen de gestelde termijn zekerheid voor een bestuursrechtelijke sanctie, maar vermeldde abusievelijk een verkeerd CJIB-nummer. De kantonrechter verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens het niet tijdig stellen van zekerheid.

De gemachtigde van de betrokkene voerde aan dat de betaling tijdig was verricht, maar dat het CJIB geen onderzoeksplicht had vervuld om te controleren waarop de betaling betrekking had. Het CJIB had de tweede betaling teruggestort zonder voorafgaand contact met de betrokkene.

Het hof oordeelde dat het CJIB een onderzoeksplicht heeft om voorafgaand aan terugstorting na te gaan waarop een betaling betrekking heeft. Omdat het CJIB dit niet had gedaan, kon niet worden geoordeeld dat de betrokkene niet tijdig zekerheid had gesteld.

De beslissing van de kantonrechter werd daarom vernietigd en de zaak werd terugverwezen naar de rechtbank voor verdere behandeling. Het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen omdat de betrokkene niet in het gelijk was gesteld.

Uitkomst: De niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.336.414/01
CJIB-nummer
: 255760347
Uitspraak d.d.
: 6 augustus 2024
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Gelderland van 9 november 2023, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is M.J.M. Bergers, kantoorhoudende te Maastricht.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om een proceskostenvergoeding afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Tegen de beslissing van de kantonrechter kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld. Dat volgt uit de artikelen 13, derde lid, en 14 van de Wahv en de artikelen 6:24, 6:7 en 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht. De termijn voor het instellen van hoger beroep begint op de dag die volgt op de dag waarop de beslissing aan de betrokkene is toegestuurd.
2. Onderaan de beslissing van de kantonrechter is als datum van toezending 13 november 2023 vermeld. De gemachtigde van de betrokkene heeft een e-mailbericht d.d. 19 december 2023 overgelegd met als onderwerp “Hoger beroep” en het zaaknummer van de onderhavige zaak bij de kantonrechter. Het hof acht het aannemelijk dat het hoger beroep tijdig is ingesteld. Het hoger beroep is ontvankelijk.
3. De kantonrechter heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat niet (tijdig) zekerheid is gesteld.
4. De gemachtigde van de betrokkene stelt zich op het standpunt dat niet kan worden geoordeeld dat geen zekerheid is gesteld, omdat de betrokkene wel tijdig de betaling heeft verricht, maar abusievelijk - zo blijkt achteraf - voor twee keer dezelfde sanctie op 13 juli 2023 en 21 augustus 2023. De betrokkene heeft op 19 december 2023, toen zij erachter kwam dat er kennelijk iets mis was gegaan, (nogmaals) zekerheid gesteld voor de onderhavige zaak onder vermelding van ditmaal het juiste CJIB-nummer. Het CJIB heeft geen brief gestuurd waarin de betrokkene erop werd geattendeerd dat er een betaling was binnengekomen voor een sanctie die al is voldaan. De intentie van de betrokkene was juist en er is geen sprake van het opzettelijk niet stellen van zekerheid, aldus de gemachtigde. De gemachtigde heeft print screens overgelegd, waarop is te zien dat op
19 december 2023 onder vermelding van het onderhavige CJIB-nummer (255760347) een bedrag van € 379,- alsmede op zowel 13 juli 2023 als 21 augustus 2023 een bedrag van € 379,- onder vermelding van CJIB-nummer 255760345 is overgemaakt aan het CJIB.
5. Artikel 11 van Pro de Wahv verplicht de betrokkene om in de procedure bij de kantonrechter bij sancties van € 225,- of meer zekerheid te stellen voor de betaling van € 225,- en de administratiekosten. De officier van justitie heeft de (gemachtigde van de) betrokkene bij brieven
d.d. 31 juli 2023 en 18 augustus 2023 op juiste wijze geïnformeerd over deze verplichting. Op deze brieven staat CJIB-nummer 255760347 vermeld.
6. De advocaat-generaal heeft in het verweerschrift naar voren gebracht dat uit de gegevens van het CJIB is gebleken dat de tweede betaling die de betrokkene op 21 augustus 2023 onder vermelding van een ander dan het onderhavige CJIB-nummer heeft voldaan, door het CJIB is teruggestort op
25 augustus 2023.
7. Het hof stelt vast dat nu de betrokkene (tweemaal) een bedrag heeft overgemaakt aan het CJIB onder vermelding van CJIB-nummer 1255760345, zijnde een ander CJIB-nummer dan is vermeld op de in casu van toepassing zijnde zekerheidsbrieven, de betrokkene aldus een verkeerd CJIB-nummer heeft vermeld voor het stellen van zekerheid binnen de daarvoor gegeven termijn in de onderhavige zaak. De betrokkene heeft buiten de daarvoor gegeven termijn het bedrag van de zekerheid onder vermelding van het CJIB-nummer 255760347, zijnde het op de onderhavige zekerheidsbrieven vermeldde CJIB-nummer, overgemaakt aan het CJIB.
8. Het CJIB heeft de mogelijkheid om in het geval niet duidelijk is waarop een ontvangen betaling betrekking heeft deze te verrekenen met een openstaand bedrag in een (andere) zaak van de betrokkene of terug te storten. Het hof heeft eerder geoordeeld dat van het CJIB wordt verlangd dat voorafgaand aan een terugstorting wordt nagegaan waarop de betreffende betaling betrekking heeft. In zoverre heeft het CJIB een onderzoeksplicht.
9. Niet is gebleken dat het CJIB voorafgaand aan voormelde terugstorting contact heeft gezocht met de betrokkene, terwijl dat had kunnen leiden tot verrekening en daarmee het (tijdig) stellen van zekerheid in de onderhavige zaak. Naar het oordeel van het hof kan aldus redelijkerwijs niet worden geoordeeld dat (niet) tijdig zekerheid is gesteld. De beslissing van de kantonrechter moet daarom worden vernietigd en de zaak moet, gelet op het bepaalde in artikel 20d, tweede lid, van de Wahv, worden teruggewezen.
10. Nu de betrokkene niet in het gelijk is gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen (vgl. de arresten van het hof van 28 april 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:3336 en 1 april 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:1786). Dat neemt niet weg dat de kantonrechter, als hij de inleidende beschikking vernietigt dan wel deze wijzigt voor wat betreft het sanctiebedrag, de feitcode of de omschrijving van de gedraging en besluit tot toekenning van een proceskostenvergoeding, de in hoger beroep gemaakte proceskosten voor vergoeding in aanmerking kan brengen. Dat betreft als kosten van rechtsbijstand de indiening van een hoger beroepschrift (1 procespunt). Het gewicht van de zaak in hoger beroep is licht (wegingsfactor 0,5).
De beslissing
Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter en wijst de zaak terug naar de rechtbank ter behandeling en beslissing met inachtneming van dit arrest;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Koldenhof-ten Kate als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.