ECLI:NL:GHARL:2024:5094

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
7 augustus 2024
Publicatiedatum
7 augustus 2024
Zaaknummer
Wahv 200.337.434/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 11 WahvArt. 6 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet tijdig zekerheid stellen bij Wahv-sanctie

De betrokkene stelde beroep in tegen een beslissing van de officier van justitie op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De kantonrechter verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat de betrokkene niet tijdig zekerheid had gesteld voor de betaling van de sanctie en administratiekosten.

De betrokkene voerde aan dat hij twee keer een kopie van zijn uitkeringsspecificatie had gestuurd om aan te tonen dat hij geen zekerheid kon stellen, maar dit werd niet als een formeel draagkrachtverweer aangemerkt. De kantonrechter ontving geen uitkeringsspecificaties naar aanleiding van de zekerheidsbrieven en er werd niet gereageerd op de verplichting tot zekerheidstelling.

Het hof overwoog dat artikel 11 Wahv Pro de verplichting tot zekerheidstelling voorschrijft en dat het recht op toegang tot de rechter (artikel 6 EVRM Pro) niet wordt belemmerd zolang een betrokkene tijdig een draagkrachtverweer voert. Omdat de betrokkene dit niet deed en slechts een terloopse opmerking maakte, bevestigde het hof de beslissing van de kantonrechter dat het beroep niet-ontvankelijk is.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de niet-ontvankelijkheid van het beroep wegens het niet tijdig stellen van zekerheid en het ontbreken van een draagkrachtverweer.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.337.434/01
CJIB-nummer
: 255078416
Uitspraak d.d.
: 7 augustus 2024
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 23 januari 2024, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
Er is daarnaast gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De zaak is behandeld op de zitting van 24 juli 2024. De betrokkene is verschenen.
De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door [naam1] .

De beoordeling

1. De kantonrechter heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat niet (tijdig) zekerheid is gesteld.
2. De betrokkene betwist niet dat hij niet tijdig zekerheid heeft gesteld, maar voert aan dat hij twee keer een kopie van zijn uitkeringsspecificatie heeft gestuurd om aan te geven dat hij geen zekerheid kan stellen.
3. Artikel 11 van Pro de Wahv verplicht de betrokkene om in de procedure bij de kantonrechter zekerheid te stellen voor de betaling van de sanctie en de administratiekosten. De officier van justitie heeft de betrokkene bij brieven d.d. 21 juni 2023 en 9 juli 2023 op juiste wijze geïnformeerd over deze verplichting.
4. Artikel 6 van Pro het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) waarborgt het recht op toegang tot een onafhankelijke rechter. Uitgangspunt is dat de verplichting om zekerheid te stellen de toegang tot de rechter niet belemmert. Dat is anders wanneer de betrokkene financieel niet in staat is (volledig) zekerheid te stellen. Een betrokkene zal daartoe in de procedure bij de kantonrechter tijdig een draagkrachtverweer moeten voeren.
5. Dat heeft de betrokkene niet gedaan. De betrokkene heeft op 21 juni 2023 via het Digitaal Loket Verkeer beroep ingesteld bij de kantonrechter. De betrokkene heeft daarbij onder het kopje “Zekerheid gesteld:” vermeld “Ik weet dat ik moet betalen”. Onder het kopje “Ik vind de boete onterecht en ben het niet eens met de beslissing van de officier van justitie.” heeft de betrokkene naar voren gebracht dat en waarom hij het niet eens is met de opgelegde sanctie. Hij heeft daarbij een beroep gedaan op overmacht. Tot slot heeft de betrokkene opgemerkt dat het voor hem als uitkeringsgerechtigde moeilijk is om deze extra uitgave te plegen. De kantonrechter heeft deze min of meer terloopse opmerking in het kader van de bezwaren tegen de sanctie niet als draagkrachtverweer met het oog op de zekerheidstelling hoeven aan te merken. Voorts zijn, anders dan de betrokkene stelt, geen uitkeringsspecificaties ontvangen naar aanleiding van de zekerheidsbrieven en is ook anderszins niet gereageerd op de zekerheidsbrieven.
6. De kantonrechter heeft juist beslist. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Koldenhof-ten Kate als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.